Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over stalking



Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over stalking

Keywords:
Zaaknummer: 2021D03055

Antwoorden van de minister van Justitie en Veiligheid op de schriftelijke vragen van het lid Van Nispen (SP) over stalking

(ingezonden 15 december 2020, 2020Z25004)

Vraag 1

Wat is uw reactie op de berichtgeving over de stalkingszaak in Vogelenzang, ‘Acht jaar gestalkt en bedreigd door een jeugdvriendje: ’Mijn jeugd vergald en niemand die wat doet’’?[1]

Antwoord op vraag 1

Het verhaal van Esmee en Jan Dusseljee laat zien dat de impact van stalking groot is. Mensen verdienen bescherming als er een dusdanige inbreuk wordt gemaakt op hun privéleven.

Vraag 2

Erkent u dat deze zaak niet op zichzelf staat, maar dit soort stalkingszaken nog steeds geregeld voorkomen?

Antwoord op vraag 2

Stalking komt helaas nog regelmatig voor in Nederland. In 2019 heeft de politie 4010 aangiftes van belaging (art. 285b Wetboek van Strafrecht) opgenomen of ambtshalve opgemaakt.[2] De aandacht voor stalking is de afgelopen periode sterk toegenomen. Naar aanleiding van het rapport van de Inspectie van Justitie en Veiligheid over de aanpak van de stalking door Bekir E. (het Inspectierapport) zijn er maatregelen genomen door politie, Openbaar Ministerie (OM), Veilig Thuis en Reclassering Nederland. Deze maatregelen zien er onder meer op dat stalking sneller wordt herkend, de risico’s juist worden ingeschat en de slachtofferveiligheid wordt versterkt. Hiermee moet worden voorkomen dat slachtoffers niet beschermd worden tegen stalking en de stalker geen consequenties ondervindt van zijn acties.

Vraag 3

Wat is uw reactie op het bericht dat de slachtoffers in deze zaak ervaren hebben dat het doen van aangifte ontmoedigd werd in deze zaak?

Antwoord op vraag 3

Iedereen moet de mogelijkheid hebben om van strafbare feiten aangifte te doen. Zoals de politie zelf ook aangeeft in dit bericht, heeft de politie in deze zaak in eerste instantie niet adequaat gehandeld. Stalking heeft binnen de politie een hoge prioriteit en ik heb tijdens verschillende werkbezoeken gezien dat politieagenten zijn doordrongen van de ernst van dit delict. De politie werkt ook aan deskundigheidsbevordering op gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder ex-partnerstalking. Dit moet er onder meer toe leiden dat slachtoffers niet worden ontmoedigd om aangifte te doen.

Vraag 4

Bent u bekend met het bestaan van de stalkings-app die onzichtbaar op de telefoons van slachtoffers van stalking worden geïnstalleerd?[3] Wat wordt er gedaan om grote gevolgen van het bestaan en de inzet van dergelijke apps te voorkomen?

Antwoord op vraag 4

Ik ben bekend met het bestaan van spy-apps die gebruikt kunnen worden om iemand te stalken. Als een slachtoffer van stalking zich bij de politie meldt, dan bespreekt de politie welke beschermende maatregelen het slachtoffer zelf of de politie kan nemen. Digitale veiligheid is onderdeel van dit gesprek, waarbij ook aandacht is voor het gebruik van zogenoemde spy-apps. Waar nodig wordt digitale recherche ingezet.

Vraag 5

Wat zijn de resultaten met de SASH-formulieren tot op heden?

Antwoord op vraag 5

Sinds 1 maart 2019 kan het SASH-formulier worden geregistreerd in het registratiesysteem van de politie. Met het SASH-instrument wordt het risico ingeschat dat een slachtoffer loopt. In 2020 heeft de politie in totaal 6.663 SASH-formulieren opgemaakt. Hieronder kunnen zich ook enkele SASH-formulieren bevinden die zijn gekoppeld aan een incident van een voorgaand jaar.

Vraag 6

Welke beleidswijzigingen zijn nog onderweg om ernstige vormen van stalking aan te pakken?

Antwoord op vraag 6

Voor de stand van zaken van de uitvoering van de maatregelen zoals genoemd in mijn reactie op het Inspectierapport verwijs ik u naar de vijfde voortgangsrapportage Geweld hoort nergens thuis.[4] In het bijzonder wijs ik erop dat het OM haar richtlijnen voor strafvordering belaging en huiselijk geweld heeft herzien en dat deze per 1 maart 2021 in werking treden. Belangrijke wijziging is dat het OM in (ex-partner)stalkingzaken in beginsel zal dagvaarden waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd wordt. Dit biedt de mogelijkheid om voorwaarden te vorderen die kunnen bijdragen aan de veiligheid van het slachtoffer.

Vraag 7

Is er volgens u voldoende aandacht voor slachtoffers van stalking bij de politie en is er voldoende capaciteit om alle signalen serieus in behandeling te nemen?

Antwoord op vraag 7

Het Inspectierapport heeft geleid tot een verhoogde aandacht bij zowel de politie als andere betrokken partijen, zoals Veilig Thuis, OM en de Reclassering. Dit zie ik ook tijdens de werkbezoeken die ik afleg om te kunnen zien hoe de maatregelen zoals genoemd in mijn reactie op het Inspectierapport worden geïmplementeerd. Bij de politie is deze aandacht onder meer geborgd in de werkinstructie stalking. Onderdeel hiervan is dat als een slachtoffer aangifte doet, het risico wordt ingeschat met behulp van de SASH. Afhankelijk van de uitkomst van deze risicoscreening wordt de opvolging in de zaak met netwerkpartners bepaald. Indien wordt ingeschat dat het gaat om een midden of hoog risico, wordt binnen het politiebasisteam van het gebied waar het slachtoffer woont altijd een casusregisseur aangewezen. Deze heeft het overzicht en de regie binnen de politie. Hiermee is er voldoende aandacht voor slachtoffers van stalking. Het is aan de lokale driehoek om prioriteiten te bepalen en keuzes te maken over de inzet van de capaciteit van de politie.

Vraag 8

Wat is uw reactie op de notitie van de SP-fractie over stalking[5] ter onderbouwing van de aangehouden motie Van Nispen c.s.?[6] Wat is nu uw reactie op het voorstel om met een voorstel te komen om ervoor te zorgen dat contact-, locatie- en gebiedsverboden eenvoudiger kunnen worden opgelegd aan stalkers en bedreigers om zo sneller te kunnen reageren op bedreigingen en stalkingen en slachtoffers sneller bescherming te bieden?

Antwoord op vraag 8

De wens om snel een contact- of locatieverbod op te kunnen leggen is begrijpelijk, nu stalking een grote impact heeft op het slachtoffer. De gedragsaanwijzing (art. 509hh Wetboek van Strafvordering) is een geschikt instrument om het voortduren van stalken te stoppen, dat ook in de praktijk regelmatig wordt ingezet. Zoals aangegeven in antwoord op vraag 7, vult de politie bij een melding of aangifte van stalking altijd de SASH in. Indien er sprake is van een hoog risico, neemt de politie direct contact op met onder meer het OM om veiligheidsmaatregelen te bespreken. De officier van justitie zal de zaak beoordelen en zo nodig direct maatregelen treffen, bijvoorbeeld in de vorm van een contact- of locatieverbod. Indien iemand wordt aangehouden wegens stalking wordt de zaak op ZSM behandeld. Hier wordt ook expliciet gekeken naar de veiligheid en of het slachtoffer bescherming behoeft aan de hand van het SASH. Waar nodig, kan de officier van justitie snel een contact- of locatieverbod opleggen. In de praktijk kan dus al snel een contact- en locatieverbod worden opgelegd, ook kort na het moment dat het slachtoffer aangifte doet. Hiervoor is de geadviseerde wetswijziging niet nodig.

[1]https://www.noordhollandsdagblad.nl/cnt/DMF20201212_80596995 ‘Acht jaar gestalkt en bedreigd door een jeugdvriendje: ’Mijn jeugd vergald en niemand die wat doet’

[2]https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83648NED/table?fromstatweb

[3] Radio 1, Kwesties, 13 december 2020

[4] Kamerstukken, 28345 nr. 236

[5] Kamerstuk 29279, nr. 588.

[6] Kamerstuk, 29279, nr. 566.

Antwoord op

Stalking (15 December 2020)
Reactietijd: 41 dagen

Indiener

Ferdinand Grapperhaus (CDA)


Gericht

Michiel van Nispen (SP)


Access ( 18969 )

Publicatiedatum
25 januari 2021




Gerelateerd

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl