Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van de leden Omtzigt, Stoffer, Voordewind, Koopmans, De Roon en Baudet over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. over eenzijdige resoluties bij de VN



Antwoord op vragen van de leden Omtzigt, Stoffer, Voordewind, Koopmans, De Roon en Baudet over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. over eenzijdige resoluties bij de VN

Keywords:
Zaaknummer: 2019D32649

Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Omtzigt (CDA), Stoffer (SGP), Voordewind (CU), Koopmans (VVD), De Roon (PVV) en Baudet (FvD) over uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. over eenzijdige resoluties bij de VN.

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat Nederland voor de resolutie “Situation of and assistance to Palestinian women” gestemd heeft in de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties?

Antwoord

Ja.

Vraag 2
Is er, behalve deze veroordeling van Israël, nog enig ander land veroordeeld tijdens deze sessie voor het schenden van vrouwenrechten?

Antwoord

Nee.

Vraag 3
Kunt u aangeven hoeveel resoluties in de VN-Mensenrechtenraad en in de Economische en Sociale Raad Israël veroordelen (in de afgelopen vijftien jaar) en hoeveel resoluties de vijf meest bekritiseerde landen veroordelen?

Vraag 4
Hoe vaak is bijvoorbeeld de situatie van vrouwen in Saoedi-Arabië, waar vrouwen zonder hun ‘male guardian’ helemaal niets mogen, op de agenda geplaatst en hoe vaak is dat land veroordeeld?

Antwoord vragen 3 en 4

Sinds de oprichting van de Mensenrechtenraad in 2006 zijn, verdeeld over 41 sessies, 66 resoluties aangenomen die zich richten op de mensenrechtensituatie in de Palestijnse en andere bezette gebieden. In de Economische en Sociale Raad zijn in de periode 2005-2019 dertig resoluties aangenomen met betrekking tot de positie van Palestijnse vrouwen en de sociaaleconomische situatie in de door Israël bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem. In deze periode zijn tachtig resoluties aangenomen over de mensenrechtensituatie in Syrië, Soedan,

Myanmar, Democratische Republiek Congo en Noord-Korea. Zorgen over de mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië worden frequent aan de orde gesteld in verklaringen van onder meer de Europese Unie en de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten. Maart jongstleden werd een sterk politiek signaal afgegeven met een verklaring van 36 landen, waarin de positie van vrouwen, vrouwelijke mensenrechtenactivisten in het bijzonder werd benadrukt.

Vraag 5

Acht u dit proportioneel?

Vraag 6

Hoe heeft de regering elk van de twee punten van de aangenomen motie-Van der Staaij c.s. (34775, nr. 44), uitgevoerd in de VN-organen waarin Nederland vertegenwoordigd is, daar waar die motie de regering in 2017 opriep om

(1) in VN-verband actief stelling te nemen tegen lidstaten in VN-organisaties die disproportioneel agenderen tegen Israël, en

(2) zoals de Nederlandse regering eerder gedaan heeft, onrechtvaardige resoluties af te wijzen? Kunt u bij beide agendapunten voorbeelden geven

Antwoord op vragen 5 en 6

Het kabinet vindt het onbevredigend dat Israël disproportioneel veel vaker genoemd wordt in resoluties binnen de Verenigde Naties dan sommige andere landen waar mensenrechten onder grote druk staan. Het kabinet zet zich daarom in om deze disproportionele aandacht te verminderen en voert daarbij de motie-Van der Staaij uit, zoals aangegeven in eerdere Kamerbrieven hieromtrent, bijvoorbeeld de brief van 19 september 2018 (kenmerk 23 432 nr. 471) en in de antwoorden op schriftelijke vragen van de leden Voordewind, Ten Broeke en Van Helvert (Aanhangsel van de Handelingen, Vergaderjaar 2017–2018, met volgnummer 915, d.d. 19 januari 2018).

Het kabinet beoordeelt ieder voorgesteld besluit van een internationale organisatie

op zijn merites. Uitgangspunten daarbij vormen het internationaal recht, het

regeerakkoord, waarin wordt aangegeven dat het kabinet de goede betrekkingen

met Israël en de Palestijnse Autoriteit benut voor het behoud en de

verwezenlijking van de twee-statenoplossing, en het EU-beleid ten aanzien van

het Midden-Oosten Vredesproces, zoals vastgesteld in Raadsconclusies.

Internationaalrechtelijke uitgangspunten zijn leidend bij de beoordeling van

voorgestelde resoluties en andere besluiten waarin de status van de door Israël

bezette gebieden (Golan, Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-

Jeruzalem, en Gaza) centraal staat. Het uitspreken van Nederlandse zorgen over disproportionele aandacht laat onverlet dat het kabinet van mening is dat er in VN-verband ruimte moet zijn om gerechtvaardigde kritiek op het optreden van lidstaten te uiten.

Uit overwegingen zoals hierboven weergegeven, heeft Nederland zich het afgelopen jaar onthouden van stemming in de Wereldgezondheidsraad over een resolutie over de gezondheidssituatie in de door Israël bezette gebieden. Nederland was geen lid van de Mensenrechtenraad toen daar in maart jl. diverse resoluties met betrekking tot het Midden-Oostenvredesproces werden aangenomen. Nederland was afgelopen jaar ook geen lid van de Uitvoerende Raad van UNESCO, waar ook dit jaar verschillende resoluties konden worden aangenomen zonder discussie nadat Israël en de Palestijnse Autoriteit hierover afspraken gemaakt hadden.

In ECOSOC heeft Nederland voor een jaarlijks terugkerende resolutie over de rechten van Palestijnse vrouwen gestemd. Afgelopen jaren diende de Palestijnse Autoriteit deze resolutie eveneens in ter adoptie door de Commission on the Status of Women (CSW). Deze resolutie werd voorheen ieder jaar aangenomen in CSW en ECOSOC, ongeacht de positie van de EU. De EU heeft, mede op aandringen van Nederland, in onderhandelingen de Palestijnse Autoriteit ervan weten te overtuigen de resolutie niet meer in CSW te agenderen en ter stemming te brengen en de inhoud van de resolutie aan te passen. Mede door de Nederlandse inspanning is de tekst van de overgebleven resolutie meer gebalanceerd geworden en wordt de Secretaris Generaal niet langer gevraagd een apart rapport te schrijven over de situatie van Palestijnse vrouwen. Voorbeelden van de inhoudelijke verbetering zijn het feit dat de bezetting niet langer ‘het’ grootste obstakel voor het verwezenlijken van situatie van Palestijnse vrouwen wordt genoemd, en daarnaast wordt verwezen naar de verplichtingen waaraan de Palestijnse Autoriteit zich gebonden acht – waar eerder alleen Israël werd aangesproken.

De onderhandelingsinzet van de EU, waaronder de inzet van Nederland, heeft ertoe geleid dat de resolutie alleen in ECOSOC is geagendeerd en de inhoud evenwichtiger is geworden. Zonder actieve bemoeienis zou de resolutie opnieuw in CSW en ECOSOC zijn aangenomen, zonder inhoudelijke verbeteringen. Nederland heeft, samen met het merendeel van de Europese leden van de ECOSOC, daarom voor deze resolutie gestemd.

Het terugdringen van het aantal stemmingen over resoluties en de inhoudelijke verbetering is een positieve stap, maar nog niet voldoende. Het is onverkwikkelijk dat binnen de VN het aantal resoluties over Israël aanzienlijk hoger is dan over landen als Saudi Arabië, Iran, Syrië of Venezuela. Nederland zal zich daarom actief blijven inzetten om disproportionele aandacht tegen te gaan in de VN en voor het verminderen van het aantal resoluties over Israël en de bezette gebieden. Tevens zal Nederland zich blijven inzetten voor het brengen van meer inhoudelijke balans in resoluties over het Midden-Oosten Vredesproces, zodat niet langer uitsluitend het handelen van een partij belicht wordt. In de Mensenrechtenraad zal Nederland zich inzetten voor het afbouwen van het specifieke agenda-item over Israël en de bezette gebieden. Nederland zal (concept)resoluties in internationale mensenrechtenfora op de eigen merites blijven beoordelen, rekening houdend met de daadwerkelijke mensenrechtensituatie.


Gerelateerd

Uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. over eenzijdige resoluties bij de VN

Het Nederlandse stemgedrag inzake VN-resoluties aangaande Israël

Het doordrukken van groei op Schiphol terwijl krimp nodig is om binnen de grenzen van klimaat, leefomgeving en veiligheid van mens en dier te blijven.

Het bericht dat Nederland in de VN meestemt met anti-Israëlische resoluties als gevolg van EU-beleid

Eenzijdige besluiten van Zorgverzekeringskantoor Caribisch Nederland inzake patiëntenvervoer tussen Saba en Sint Maarten

Een nieuw rapport inzake Noord-Koreaanse dwangarbeid in de EU en de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven

Het grote tekort aan sociale huurhuizen

Erkenning van de Golanhoogten als deel van Israël

© 2017-2019 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl