Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Tellegen over het bericht 'De jacht op het 'zelfdodingspoeder' gaat door, maar nu ondergronds'



Antwoord op vragen van het lid Tellegen over het bericht 'De jacht op het 'zelfdodingspoeder' gaat door, maar nu ondergronds'

Keywords:
Zaaknummer: 2019D24269

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Tellegen (VVD) over het bericht ‘De jacht op het ‘zelfdodingspoeder’ gaat door, maar nu ondergronds’ (2019Z10748).

Hoogachtend,

de minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Hugo de Jonge


Antwoorden op vragen van het lid Tellegen (VVD) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht ‘De jacht op het ‘zelfdodingspoeder’ gaat door, maar nu ondergronds’ ( 2019Z10748).

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘De jacht op het ‘zelfdodingspoeder’ gaat door, maar nu ondergronds’? [1]

Antwoord 1:
Ja, ik ben bekend met het bericht.

Vraag 2
Kunt u aangeven wat u vindt van het bestaan van de Coöperatie Laatste Wil (CLW)?

Antwoord 2:
De eerder voorgenomen activiteiten van de Coöperatie Laatste Wil om zelf een middel ter zelfdoding beschikbaar te stellen aan de leden, beschouw ik als zeer onwenselijk. Ik ben dan ook opgelucht dat de CLW deze plannen heeft gestaakt. Ik heb begrepen dat de CLW inmiddels optreedt als belangenbehartiger voor de groep mensen die zelf het leven willen beëindigen. In het debat en in de maatschappij moet ruimte zijn voor verschillende opvattingen; in die zin begrijp ik het bestaan van de CLW.

Ik heb echter ook begrepen dat de CLW haar leden informeert over hoe zij het door hen zogenoemde Middel X kunnen verkrijgen. Dit vind ik zorgelijk. Deze activiteiten dragen bij aan het beschikbaar maken van stoffen waarvan het beeld is ontstaan dat deze geschikt zouden zijn om het leven mee te beëindigen. Dergelijke chemische stoffen zijn niet bedoeld of geschikt om op een menswaardige wijze een einde aan het leven te maken. Van deze stoffen is geen eenduidig beeld over de werking op het menselijk lichaam. Daarbij geldt dat suïcide zoveel mogelijk moet worden voorkomen, ongeacht welk middel hiervoor wordt gebruikt.

Zoals ik in mijn eerdere Kamerbrief [2] over de beschikbaarheid van deze chemische stoffen aan uw Kamer heb aangegeven, dienen we met beslissingen over leven en dood niet lichtvoetig om te gaan. De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) vormt het wettelijk kader voor de voorwaarden waaronder euthanasie of hulp bij zelfdoding mogelijk is. De richtlijnen van de beroepsgroep (KNMG/KNMP) bieden een kader voor de middelen die gebruikt kunnen worden. Buiten dit wettelijk kader is actieve levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding, zoals het verschaffen van middelen daartoe, strafbaar. [3]

Vraag 3
Wat vindt u ervan dat steeds meer mensen die de wens meer zelfbeschikking en regie op en rond het sterfbed te hebben mogelijk op illegale wijze een zelfdodingsmiddel in huis halen?

Antwoord 3:

Zie antwoord vraag 5.

Vraag 4
Bent u bekend met de recente enquête die de Coöperatie Laatste Wil onder hun 22.000 leden heeft gehouden?

Antwoord 4:
Ja, ik ben bekend met de enquête.

Vraag 5
Wat is uw visie op de uitkomsten van deze enquête?

Antwoord 3 en 5:
Vooreerst is de inzet van dit kabinet om het aantal suïcides terug te dringen. Dit neemt niet weg dat ik de wens van mensen om zelfbeschikking en regie te hebben in de laatste levensfase invoelbaar acht. Zoals u weet biedt de Wtl een kader voor euthanasie of hulp bij zelfdoding door een arts, wanneer een patiënt hier zelf om vraagt en er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden met een medische oorzaak. Een arts mag pas de euthanasie uitvoeren of hulp bij zelfdoding bieden, indien is voldaan aan de zes wettelijke zorgvuldigheidseisen. In de Wtl is een balans gebracht tussen waarden als autonomie, maar ook barmhartigheid en de beschermingswaardigheid van het leven.

Op dit moment ontbreekt het aan voldoende kennis over en inzicht in de groep mensen die hulp bij zelfdoding wensen omdat zij hun leven voltooid achten en geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheden van de Wtl. Ik vind dat we dit thema als samenleving zorgvuldig moeten behandelen. Daarom heb ik een onderzoek naar de omvang en omstandigheden van deze groep gestart, waarop ik in mijn antwoord op uw zesde vraag meer in zal gaan. Zoals ik hierboven heb aangegeven maak ik mij zorgen om de verspreiding van informatie over ongeschikte middelen ten behoeve van zelfdoding, in het bijzonder een dergelijk conserveringsmiddel, zeker voor kwetsbare mensen. Nogmaals benadruk ik dat deze stof niet geschikt of bedoeld is om het leven te beëindigen. Voor een zorgvuldig en verantwoord levenseinde vind ik de betrokkenheid van een arts, binnen de kaders van de Wtl noodzakelijk.

Uit de uitkomsten van de enquête lees ik tevens dat mensen de stof in huis halen, ter geruststelling om later eventueel zelf het leven te beëindigen. Een voorbeeld dat daarbij in het artikel wordt aangehaald is een mevrouw die bang is dat ze geen euthanasie zal krijgen indien ze dement wordt. Haar huisarts heeft immers al aangegeven geen euthanasie te zullen verlenen. De Wtl laat toe dat mensen voor hun euthanasiewens een andere arts zoeken, al dan niet met behulp van hun eigen arts. Ik haal dit voorbeeld aan, omdat het mij toont dat een deel van de zorgen van deze mensen wellicht weggenomen kan worden met meer kennis over de mogelijkheden die de Wtl biedt. Het is dan ook één van mijn speerpunten om de informatievoorziening over de Wtl te verbeteren. In de Voortgangrapportage Medische Ethiek, die ik u zeer binnenkort stuur, zal ik verder ingaan op de activiteiten die ik hierop onderneem.

Vraag 6
Deelt u de mening dat het belangrijk is om ook de zorgen van deze mensen serieus te nemen? Kunt u aangeven of u bereid bent, en zo ja, hoe u deze groep gaat betrekken bij het onderzoek rondom het vraagstuk van voltooid leven?

Antwoord 6:
Ik deel de mening dat we de zorgen van de groep mensen die meer eigen regie wensen in het levenseinde, serieus moeten nemen. Hoe we moeten omgaan met een stervenswens buiten de kaders van de Wtl is een thema waar de meningen over verdeeld zijn en dat we met grote zorgvuldigheid willen benaderen. Daartoe is het onderzoek gestart naar de omvang en omstandigheden van de groep mensen met een stervenswens, waar geen medische oorzaak aan ten grondslag ligt en die dus buiten de reikwijdte van de Wtl vallen.

In dit onderzoek wordt gekeken naar mensen die hun leven als voltooid beschouwen en een persisterende en -al dan- niet acute stervenswens hebben, maar buiten de reikwijdte van de Wtl vallen. In het onderzoek zullen onder andere 20.000 burgers van 55 jaar en ouder gevraagd worden een vragenlijst in te vullen en zal diepgravend kwalitatief onderzoek plaatsvinden. Daarmee wordt de groep mensen die meer eigen regie in het levenseinde dus betrokken bij het onderzoek.



[1] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-jacht-op-het-zelfdodingspoeder-gaat-door-maar-nu-ondergronds~b7c163b74/

[2] Kamerstukken II, vergaderjaar 2017/18, 32 793, nr. 325

[3] Art. 294 van het Wetboek van Strafrecht


Indiener

Hugo de Jonge (CDA)


Gericht

Ockje Tellegen (VVD)


Access ( 9590 )

Publicatiedatum
11 Juni 2019



Gerelateerd

De ontheffing van de avondklok voor de jacht op zwijnen en vossen

Het bericht dat Fransen nieuwe jacht op de grutto niet uitsluiten

Het bericht ‘Jagers: voorlopig geen e-screening voor wapenvergunning’

De inzet van vangkooien door zwijnenjagers

De ontheffing van de avondklok voor de jacht op zwijnen

De jacht op wilde zwijnen zonder deugdelijke schietvaardigheidstoets

Het bericht ‘Omstreden jacht met bijna 80 man levert op: één dood zwijn’ en over het ‘Verslag bewegingsjacht 5 januari 2019 Wildbeheereenheid Zuid-Oost Twente’

De berichten ‘Bewegingsjacht om dierziekte te voorkomen ‘veel gedoe voor weinig opbrengst’’ en ‘Omstreden jacht met bijna 80 man levert op: één dood zwijn’

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl