Antwoord op vragen van de leden Van der Staaij en Voordewind over toenemende inperking van de godsdienstvrijheid in China

Antwoorden van de minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Van der Staaij (SGP) en Voordewind (CU) over toenemende inperking van de godsdienstvrijheid in China

Vraag 1

Kent u het bericht 'Situatie China voor christen slechter dan onder Mao Zedong'?

Antwoord

Ja.

Vraag 2
Kunt u een beeld schetsen van de belangrijkste factoren en redenen die ten grondslag liggen aan de afnemende godsdienstvrijheid in China?

Antwoord

In februari dit jaar ging een aantal maatregelen van kracht om ongeautoriseerde activiteiten van religieuze groepen harder aan te pakken en de controle op christengroeperingen, moslimgemeenschappen en andere religieuze groepen te verhogen. Het gaat onder andere om beperkingen op religieuze organisaties die niet in China staan geregistreerd of vanuit het buitenland worden gefinancierd. Ook zijn de boetes voor het organiseren of faciliteren van religieuze bijeenkomsten verhoogd en kunnen personen of organisaties die ruimtes faciliteren voor dergelijke bijeenkomsten worden beboet.

De door de Chinese autoriteiten aangevoerde reden voor deze maatregelen is de vermeende dreiging die uit gaat van religieus-extremistische groeperingen in China voor de binnenlandse veiligheid en stabiliteit. Vanzelfsprekend speelt ook de wens van de Chinese autoriteiten om de regie te behouden op het ideologisch landschap in China een rol.

Vraag 3

Hoe beoordeelt u de situatie dat overheidssurveillanten kerkdiensten nauwlettend in de gaten houden en dat huiskerken inmiddels volstrekt verboden zijn?

Antwoord

Het kabinet maakt zich ernstige zorgen over de toenemende beperkingen op religieuze vrijheden in China. Deze beperkingen zijn in strijd met de Chinese grondwet en China’s internationale verdragsverplichtingen. Artikel 36 van de Chinese grondwet garandeert vrijheid van religie in China en bescherming voor ‘normale religieuze activiteiten’. In hetzelfde artikel staat dat discriminatie op basis van religie verboden is en dat personen noch staatsinstellingen het recht hebben om anderen te verplichten een geloofsovertuigingen aan te hangen of juist niet aan te hangen.

Vraag 4
Welke mogelijkheden benut Nederland, en heeft Nederland benut, om de toenemende inperking van de godsdienstvrijheid in China in bilaterale en multilaterale contacten aan te kaarten bij de Chinese overheid?


Antwoord

Vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Nederland volgt de ontwikkelingen in China daarom nauwgezet en stelt de situatie in China zowel bilateraal als multilateraal aan de orde. Zo heeft Minister Zijlstra het onderwerp in februari jl. aangekaart in zijn gesprek met minister Wang Yi van Buitenlandse Zaken. Ook premier Rutte heeft in zijn gesprek met premier Li Keqiang in april jl. het belang van de mensenrechten onderstreept, inclusief de vrijheid van religie en levensovertuiging. De mensenrechtenambassadeur heeft vrijheid van religie en levensovertuiging ter sprake gebracht in de mensenrechtendialoog met zijn Chinese evenknie in 2017. Tijdens de mensenrechtendialoog met China die voor juli dit jaar gepland staat, zal hij het onderwerp wederom aankaarten.

In multilateraal verband spant Nederland zich in voor krachtige EU-verklaringen, bijvoorbeeld in de VN-Mensenrechtenraad. Zo slaagde de EU er in maart jl. om zich duidelijk en eensgezind uit te spreken over de noodzaak voor China om religieuze vrijheden te respecteren.

Vraag 5

Kunt u bevestigen dat Dr. Wang Bingzhang, ondanks diplomatieke inspanningen van de zijde van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, nog altijd zonder vorm van proces wordt gevangengehouden op twijfelachtige gronden?

Antwoord

Ja.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u de behandeling door China van Taiwanese mensenrechtenactivisten zoals dhr. Li Ming Che?

Antwoord

Het kabinet is van mening dat mensenrechtenactivisten wereldwijd zonder belemmeringen hun werk moeten kunnen doen. In het geval van Li Ming Che maakt het Kabinet zich ernstig zorgen over de motieven achter zijn rechtszaak en het gebrek aan een eerlijke rechtsgang conform Chinees en internationaal recht. Het Ministerie heeft daarover ook contact gehad met de vrouw van Li Ming Che.

Vraag 7

Bent u bereid om, indien mogelijk samen met andere landen, bij de Chinese regering aan te dringen op een betere behandeling en op vrijlating van deze gedetineerden?

Antwoord

Het Kabinet kaart zowel in EU-verband als in bilateraal verband individuele gevallen aan en zal dat blijven doen.

Indiener(s)

Stef  Blok


Tweedemonitor