Antwoord op vragen van het lid Asscher over de eerste honderd dagen van het kabinet (gedeelte Financiën)


Gekoppelde kamervragen

De eerste honderd dagen van het kabinet (6 februari 2018)
Publicatiedatum:
23 Maart 2018
2018D21505

Het betreft hier een Reactie op kamervraag,
behorend tot de commissie Financiën

Download kamerstuk

Wopke Hoekstra
Indiener


2018Z01940 Vragen van het lid Asscher (PvdA) aan de Minister-President over het afschaffen van de dividendbelasting, het MKB en de ongewogen kapitaalbuffer (ingezonden 6 februari 2018).



5
Hoeveel geld komt er via het verlagen van de winstbelasting en het afschaffen van de dividendbelasting bij multinationals en buitenlandse beleggers terecht?


6
Is het waar dat buitenlandse regeringen, zoals de regering-Trump, en buitenlandse hedgefondsen het meest profiteren van de afschaf van de dividendbelasting?


Antwoord vraag 5 en 6
Het verlagen van de vennootschapsbelasting komt ten goede aan alle vennootschappen die in Nederland belastingplichtig zijn. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen nationaal en internationaal opererende vennootschappen. Overigens wordt het fiscale pakket voor het bedrijfsleven in het regeerakkoord, waaronder de tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting, in de structurele fase voor een groot deel gefinancierd door een verbreding van de grondslag van de vennootschapsbelasting.

Voor de dividendbelasting geldt het volgende. In 2016 was de bruto opbrengst van de dividendbelasting € 3,25 miljard. Binnenlandse belastingplichtigen kunnen de dividendbelasting verrekenen in de inkomstenbelasting (€1,56 miljard) en in de vennootschapsbelasting (€ 0,29 miljard). Er resteert een netto opbrengst van de dividendbelasting van € 1,4 miljard. De netto opbrengst van de dividendbelasting is afkomstig van buitenlandse partijen. Aangezien bij deelnemingsdividenden, bijvoorbeeld in concernverband bij multinationals, over het algemeen een inhoudingsvrijstelling geldt, betreft het vrijwel uitsluitend buitenlandse portfoliobeleggers.

Of de Nederlandse dividendbelasting bij de (uiteindelijke) buitenlandse aandeelhouder als last neerslaat, hangt af van verschillende factoren, zoals de belastingwetgeving in het woon- of vestigingsland van de aandeelhouder, de regelingen in een eventueel belastingverdrag tussen Nederland en het woon- of vestigingsland van de aandeelhouder, en of de aandeelhouder de Nederlandse aandelen rechtstreeks houdt dan wel dat een belegger participeert in een beleggingsfonds dat Nederlandse aandelen houdt.

Ook speelt een rol dat de buitenlandse aandeelhouder in bepaalde gevallen aanspraak kan maken op een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op basis van de Wet op de dividendbelasting 1965.
Gezien het grote aantal factoren dat van belang is, kan geen sluitende lijst worden gegeven van alle situaties waarin Nederlandse dividendbelasting wel en niet een last is voor buitenlandse aandeelhouders. Wel kan een aantal voorbeelden worden gegeven van situaties waarin Nederlandse dividendbelasting op basis van lokale belastingwetgeving en een eventueel belastingverdrag met Nederland (deels) als niet-verrekenbare eindheffing ten laste van de aandeelhouder kan komen. Zie hiervoor ook de brief van de staatssecretaris van 14 november jl.1

Een exacte kwantitatieve inschatting van de mate van verrekenbaarheid met de eigen fiscus is niet te geven voor de beleggers in de verschillende landen.

34
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat het spaargeld van mensen veilig is? Bent u van plan de ongewogen kapitaalbuffer verder te verhogen?

Sinds de crisis zijn veel maatregelen genomen om banken weerbaarder te maken. Bovendien zijn spaartegoeden op grond van nationale depositogarantiestelsels tot een bepaald bedrag gedekt. Om banken veiliger te maken is het van belang dat zij voldoende en adequate bail-inbare buffers hebben, zodat een bank indien deze in problemen komt kan worden afgewikkeld. NL zet zich hier in Europa dan ook voor in.2

Verder is de leverage ratio eis een goede achtervang om ervoor te zorgen dat banken te allen tijde voldoende eigen vermogen hebben. Een leverage ratio eis van 3% voor alle Europese banken ligt momenteel in Europa op tafel in de onderhandelingen over een herziening van het kapitaaleisenraamwerk. Het Bazelse Comité is daarnaast onlangs met een opslag in de leverage ratio gekomen voor mondiale systeembanken (GSIBs). Inzet van Nederland in Europa is dat de opslag breder geldt, namelijk ook voor banken die relevant zijn voor het Europese of nationale systeem. Nederland zal conform het regeerakkoord de nationale leverage ratio eis in lijn brengen met de Europese eis zodra deze geïntroduceerd is.

35
Wat gaat u doen om het MKB, net als de multinationals, tegemoet te komen, nu het MKB een verhoging van box 2, een verhoging van de BTW en het terugdraaien van het tariefopstapje in de vennootschapsbelasting voor haar kiezen krijgt?

Het antwoord op deze vraag is gelijk aan het antwoord op de vraag die door de leden Asscher en Nijboer op 10 november 2017 is gesteld en op 14 november 2017 door de minister-president is beantwoord. Ik verwijs daarom naar die eerdere beantwoording. 3

59
Bent u bereid de afschaffing van de dividendbelasting uit te stellen?

Het kabinet ziet geen aanleiding om indiening van dit wetsvoorstel uit te stellen. De afschaffing van de dividendbelasting is voorzien per 1 januari 2020, tegelijk met de implementatie van een bronbelasting op uitgaande dividendstromen naar landen met zeer lage belastingen en in misbruiksituaties. Op Prinsjesdag 2018 zal de staatssecretaris het daartoe strekkende wetsvoorstel aan uw Kamer aanbieden. Bij de behandeling van dit wetsvoorstel zal hij met uw Kamer in gesprek gaan over de maatregelen.


1 Kamerstukken II 2017/18, 34 700, nr. 54.
2 Kamerstukken II, 2017-2018, 21 501-07, nr. 1472.
3 Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 393, antwoord op vragen 13 en 14, pagina 2 en3.

contact: info@tweedemonitor.nl of @tweedemonitor
Wijzig cookie instellingen