Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van de leden Smeets, Van Nispen en Bikker over de ontstane onduidelijkheid bij de detentiefasering door invoering van de Wet straffen en beschermen



Antwoord op vragen van de leden Smeets, Van Nispen en Bikker over de ontstane onduidelijkheid bij de detentiefasering door invoering van de Wet straffen en beschermen

Keywords:
Zaaknummer: 2021D16483

Vragen van de leden Smeets (D66), Van Nispen (SP) en Bikker (ChristenUnie) aan de Minister voor Rechtsbescherming over de ontstane onduidelijkheid bij de detentiefasering door invoering van de Wet straffen en beschermen (ingezonden 9 april 2021).

Antwoord van Minister Dekker (Rechtsbescherming) (ontvangen 6 mei 2021). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 2541.

Vraag 1

Klopt het dat u nog geen besluit heeft genomen over de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen?

Antwoord 1

Nee. In mijn brief van 2 april 2021 heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn besluit inzake de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen (hierna: Wet SenB).

Vraag 2

Kunt u aangeven wanneer deze wijziging in werking zal treden? Is dat, zoals in uw laatste Kamerbrief van 2 april 2021, de beoogde 1 juli 2021? Is dit de daadwerkelijke datum van wijziging of is dit een streefdatum? Wanneer kunt u duidelijkheid verschaffen over de daadwerkelijke wijzigingsdatum?1

Antwoord 2

De genoemde 1 juli 2021 is de datum waarop de Wet SenB partieel in werking zal treden. Per die datum worden de in de Wet SenB opgenomen veranderingen omtrent het detentie- en re-integratieplan, het re-integratieverlof en de Beperkt Beveiligde Afdelingen (exclusief het meewegen van het slachtofferbelang zoals beoogd), de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) en de gegevensdeling tussen instanties als verwoord in de artikelen 18a en 18b Pbw van kracht.

Op advies van de uitvoering volgt de inwerkingtreding van de in het kader van de Wet SenB afgekondigde nieuwe regeling ten aanzien van het penitentiair programma enkele maanden later, namelijk per 1 december 2021.2 Deze inwerkingtredingsdata (1 juli en 1 december 2021) krijgen hun beslag in een inwerkingtredingsbesluit dat uiterlijk medio juni 2021 zal worden gepubliceerd. Het meewegen van het slachtofferbelang bij het re-integratieverlof zal via een ingroeimodel volledig worden geïmplementeerd in 2022.

Vraag 3

Wat betekent een eventuele wijzing in de datum voor de inwerkingtreding van de wijzigingen in de verlofregeling?

Antwoord 3

Een wijziging in de invoeringsdatum van de Wet SenB betekent een identieke wijziging voor de datum waarop de nieuwe verlofregeling in werking treedt. De ministeriële regelingen, waarmee het re-integratieverlof wordt geïntroduceerd, worden gelijktijdig met de Wet SenB per 1 juli 2021 ingevoerd.

Vraag 4

Wat is nu precies de situatie voor justitiabelen tot 1 juli? Deelt u de mening dat casemanagers niet nu al justitiabelen in het proces van fasering kunnen tegenhouden op basis van een wet die niet in werking is getreden?

Antwoord 4

De huidige regelingen zijn van toepassing totdat de Wet SenB in werking treedt. Casemanagers spreken met gedetineerden over de mogelijkheden met betrekking tot hun detentiefasering. In dit verband informeren en adviseren zij, ook over de (mogelijke) gevolgen die voortvloeien uit de Wet SenB. Uiteindelijk is het aan de gedetineerden zelf, op basis van verkregen informatie, een keuze te maken inzake het indienen van een aanvraag aangaande hun fasering. Elke ingediende aanvraag wordt aan de hand van de op dat moment geldende regels bekeken en beoordeeld.

Vraag 5

Erkent u dat de ontstane onduidelijkheid over de inwerkingtreding kan leiden tot rechtsonzekerheid bij justitiabelen en hun families? Zo ja, hoe bent u van plan die onduidelijkheid weg te nemen bij hen?

Antwoord 5

Het is van belang dat gedetineerden een duidelijk beeld hebben over de effecten van de inwerkingtreding van de Wet SenB op hun detentie. De precieze invloed van de invoering op een detentiefaseringstraject kan per gedetineerde verschillen. Dit is bijvoorbeeld mede afhankelijk van hoe vergevorderd een dergelijk traject is en de duur van een opgelegde gevangenisstraf. Gelet hierop is het van belang om, naast de algemene informatie die aan gedetineerden wordt verstrekt, hierover in gesprek te gaan met een gedetineerde, waarbij ook eventuele ontstane onduidelijkheid kan worden weggenomen. Daarop zet de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) dan ook actief in. DJI heeft, in dit verband, de opdracht de komende periode te zorgen voor aanvullende communicatie richting de penitentiaire inrichtingen over de veranderingen door de Wet SenB, zodat gedetineerden juist en volledig worden geïnformeerd.

Vraag 6

Kunt u deze vragen apart beantwoorden?

Antwoord 6

Ja.


X Noot
1

Kamerstuk 35 122, nr. 39.

X Noot
2

De Wet SenB voorziet in de mogelijkheid van gefaseerde invoering. De inwerkingtredingsbepaling maakt het echter niet mogelijk om verschillende leden binnen een wijzigingsbepaling op afzonderlijke momenten in werking te laten treden. Dit betekent voor het PP dat de diverse aspecten bij de beoordeling (zoals slachtofferbelang) samen in werking moeten treden met de andere onderdelen over de duur en start van PP.


Gerelateerd

De ontstane onduidelijkheid bij de detentiefasering door invoering van de Wet straffen en beschermen

Het overgangsrecht bij de wet Straffen en Beschermen

Het artikel ‘Hogere straffen voor geweld, lagere straffen voor drugs’

De inwerkingtreding van de Wet Straffen en beschermen

De detentiefasering in het licht van de Wet straffen en beschermen.

De gang van zaken rond het naar buiten brengen van het besluit over de opening van kinderopvang en basisscholen

Opgelegde straffen

Het bericht dat Brunei extreme straffen invoert, onder meer de doodstraf voor homoseksuele handelingen

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl