Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Paternotte over discriminerend beleid binnen studentenorganisaties



Antwoord op vragen van het lid Paternotte over discriminerend beleid binnen studentenorganisaties

Keywords:
Zaaknummer: 2021D05858

Vragen van het lid Paternotte (D66) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over discriminerend beleid binnen studentenorganisaties (ingezonden 17 december 2020).

Antwoord van Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 9 februari 2021). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1373.

Vraag 1

Bent u bekend met het HP/De Tijd-artikel «Discriminerend beleid» binnen studentenorganisatie: «Dit soort documenten zijn ontluisterend»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat zijn de landelijke criteria voor mbo-scholen, hogescholen en universiteiten bij het verstrekken van subsidie aan studentenorganisaties?

Antwoord 2

Zowel in het MBO als in het hoger onderwijs gelden geen landelijke criteria wat betreft de verstrekking van subsidies aan studenentorganisaties.

Vraag 3

Wat zijn de landelijke criteria voor mbo-scholen, hogescholen en universiteiten bij het verstrekken van beurzen aan bestuurders van studentenorganisaties?

Antwoord 3

Er zijn geen landelijke criteria op basis waarvan hogescholen en universiteiten bestuursbeurzen verstrekken aan bestuurders van studentenorganisaties. Instellingen kennen deze beurzen toe uit het Profileringsfonds. De voorwaarden waaronder studenten aanspraak kunnen maken op een bestuursbeurs worden door de instelling zelf vastgelegd. Dit gebeurt in overleg met de medezeggenschapsraad.

Op 1 augustus 2021 treedt de wettelijke bepaling over het MBO-studentenfonds in werking. Hieruit zal ook financiële ondersteuning geboden kunnen worden aan studentbestuurders. Daarbij gaat het om bestuursactiviteiten die, naar oordeel van de instelling waar de aanvraag wordt gedaan, mede in het belang zijn van de instelling of het onderwijs dat door aanvrager gevolgd wordt. De regels omtrent de aanvraagprocedure zullen door de instellingen zelf worden vastgelegd.

Vraag 4

Wat is de hoogte van de bijdrage en de bestuursbeurzen die de onderwijsinstellingen in Leiden, Groningen en Utrecht de afgelopen vijf jaar hebben verstrekt aan de afdeling van de Navigators?

Antwoord 4

Onderstaande gegevens zijn opgevraagd bij de Rijkuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht en de Universiteit Leiden. Navraag leert dat er geen bijdragen zijn gedaan aan lokale afdelingen van de Navigators. De instellingen hebben wel studiebeurzen verleend aan individuele studentbestuurders van lokale Navigators-studentenverenigingen.

Instelling

(aanvrager)

Rijkuniversiteit Groningen

(NSG-studentbestuurders)

Universiteit Utrecht

(NSU-studentbestuurders)

Universiteit Leiden

(NSL-studentbestuurders)

Collegejaar

Totaalbedrag bestuursbeurzen uitgekeerd uit het Profileringsfonds

2015–2016

€ 15.547

€ 22.100

€ 9.930,47

2016–2017

€ 15.547

€ 22.100

€ 22.527,80

2017–2018

€ 15.547

€ 22.100

€ 15.300

2018–2019

€ 15.547

€ 22.100

€ 15.300

2019–2020

€ 15.547

€ 22.100

€ 11.785,45*

* Het totaalbedrag is nog onder voorbehoud.

Vraag 5

Ontvangt de Navigators Nederland of een van de afdelingen publieke middelen of beurzen van de rijksoverheid?

Antwoord 5

Voor zover mij bekend ontvangen noch Navigators Nederland, noch een van de afdelingen publieke middelen of beurzen van de rijksoverheid.

Vraag 6

Welke verantwoordelijkheden en mogelijkheden hebben onderwijsinstellingen als zij subsidie of bestuursbeurzen verstrekken aan studentenorganisaties die discriminatoir beleid hanteren?

Antwoord 6

De instellingen dragen zelf verantwoordelijkheid om toe te zien op rechtmatige besteding van door hen beschikbaar gestelde financiële middelen. Ik verwacht dat er binnen instellingen voldoende wordt opgetreden tegen discriminatie en dat zij zich inzetten voor het waarborgen van de sociale veiligheid van studenten bij de door hen erkende studentenorganisaties.

Vraag 7

Deelt u de mening dat er sprake is van discriminatoir beleid als een studentenorganisatie beleid of een medewerkersprofiel heeft dat stelt dat leden vanwege hun seksuele oriëntatie of partnerkeuze niet of minder geschikt zijn voor functies binnen de vereniging?

Antwoord 7

Verenigingen mogen op grond van de vrijheid van vereniging een selectief lidmaatschapsbeleid voeren, mits dit onderscheid verband houdt met het doel van de vereniging zoals opgenomen in de statuten. Voor wat betreft functies binnen de vereniging is de Algemene wet gelijke behandeling van toepassing. Ook vrijwilligerswerk valt hieronder. Op grond hiervan mag een instelling op godsdienstige grondslag ten aanzien van personen die voor haar werkzaam zijn onderscheid maken op grond van godsdienst, voor zover dit kenmerk vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormt, gezien de grondslag van de instelling. Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van de voor haar werkzame personen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere in artikel 1 genoemde grond. Onderscheid op grond van seksuele oriëntatie of partnerkeuze is niet toegestaan.

Vraag 8

Deelt u de mening dat studentenorganisaties die lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse (lhbti) personen ontmoedigen om bestuursfuncties te vervullen, of anderszins discriminatoir beleid hanteren of onderschrijven, niet met belastinggeld gesteund horen te worden?

Antwoord 8

Ja, die mening deel ik. Organisaties die dit doen, handelen in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling. Los daarvan vind ik het ook belangrijk dat iedereen openlijk zichzelf kan zijn, ongeacht seksuele gerichtheid of genderexpressie.

Vraag 9

Bent u bereid, indien dat nog niet bij wet of door onderwijsinstellingen geregeld is, de voorwaarde op te nemen dat studentenorganisaties alleen in aanmerking voor publieke financiering komen als zij geen discriminatoir beleid hanteren?

Antwoord 9

De instellingen geven aan regelmatig in gesprek te gaan met studentenorganisaties over kernwaarden als sociale veiligheid, maar ook om het belang van diversiteit en inclusiviteit te benadrukken. Deze kernpunten komen ook terug in de dialoog tussen de instelling en de medezeggenschapsraad over de voorwaarden waaronder bestuursbeurzen worden uitgekeerd. Ik zie derhalve geen reden nu nadere maatregelen te treffen.


X Noot
1

HP/De Tijd, «Discriminerend beleid» binnen studentenorganisatie: «Dit soort documenten zijn ontluisterend», 25 november 2020, https://www.hpdetijd.nl/2020-11-25/discriminerend-beleid-binnen-studentenorganisatie-dit-soort-documenten-zijn-ontluisterend/

Antwoord op

Discriminerend beleid binnen studentenorganisaties. (17 December 2020)
Reactietijd: 54 dagen

Indiener

Ingrid van Engelshoven (D66)


Gericht

Jan Paternotte (D66)


Access ( 19262 )

Publicatiedatum
9 februari 2021



Gerelateerd

Discriminerend beleid binnen studentenorganisaties.

Het bericht 'Studentenorganisaties vrezen hogere studie-uitval door coronamaatregelen'

Het bericht ‘Cafédeur blijft dicht voor expat in Eindhoven: 'Ik ben hier nu vijf maanden en dat is lang genoeg om te weten dat ik nooit hier ga wonen'

Het bericht ‘Discriminerend beleid binnen studentenorganisatie: dit soort documenten zijn ontluisterend’

Het bericht ‘Algoritme voorspelt wie fraude pleegt bij bijstandsuitkering’

Het meldpunt voor reiskosten zomerstages en zomerles

Het bericht dat medewerkers van de politie een zwartboek discriminatie hebben gemaakt

Het bericht ‘Landelijk coördinator nodig om discriminatie aan te pakken’

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl