Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van de leden Becker en Wiersma over het bericht 'Gemeenten: uitstel nieuwe inburgeringswet teleurstellend'



Antwoord op vragen van de leden Becker en Wiersma over het bericht 'Gemeenten: uitstel nieuwe inburgeringswet teleurstellend'

Keywords:
Zaaknummer: 2021D04501

 

AH 1511

2020Z23464

 

Antwoord van minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 2 februari 2021)

 

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020-2021, nr. 1154

 

 

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht ‘Gemeenten: uitstel nieuwe inburgeringswet teleurstellend’? 1)

 

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe bent u tot uitstel met nogmaals een half jaar tot 2022 gekomen?

Vraag 3

Deelt u de mening, mede met het oog op de inburgeringsopgave in 2021, dat uitstel van de nieuwe inburgeringswet grote en onwenselijke gevolgen heeft voor inburgeraars en ketenpartners? Zo ja, hoe heeft u dit belang meegewogen in uw besluit tot verdere uitstel van de invoering van de nieuwe Wet inburgering?

Vraag 4

Kunt u een tijdlijn overleggen vanaf 29 juli 2020 waarop u de Kamer meldde dat u op koers lag met de uitwerking van de wet in lagere regelgeving (het Besluit en de regeling inburgering) tot aan 11 november 2020 waarin u de Kamer informeerde over het uitstellen van de invoeringsdatum van 1 juli 2021, waarbij u ingaat op alle relevante signalen en met name van de ketenpartners, over de voortgang van de implementatie en voor het oordeel tot uitstel? Kunt u deze signalen ook als bijlage met de Kamer delen?

Vraag 5

Is het waar dat uw voornemen tot uitstel met een half jaar met enige voorzichtigheid is omkleed en impliceert dat verder uitstel in de rede ligt? Hoe realistisch schat u de implementatie per januari 2022? Is januari 2022 in ieder geval voor DUO haalbaar? Zo nee, hoe bent u tot de implementatiedatum van januari 2022 gekomen?

 

Antwoord 2 t/m 5

Het is de gedeelde ambitie van uw Kamer, ketenpartners en van mij om het huidige stelsel niet langer dan noodzakelijk van kracht te laten zijn. Daarbij is het uitgangspunt dat het nieuwe stelsel zo snel wordt ingevoerd als verantwoord is voor de uitvoering. Dat voorkomt dat inburgeraars worden gedupeerd door onvolkomenheden in de uitvoering als gevolg van een te snelle invoering van het nieuwe stelsel. Om die reden is, zoals ik ook in mijn brief aan uw Kamer van 17 december jl.[1] heb aangegeven, vanaf de planvorming van het nieuwe inburgeringsstelsel nauw samengewerkt met (toekomstige) ketenpartners, waaronder gemeenten en DUO. Gedurende het gehele samenwerkingstraject – van planvoorbereiding tot en met een werkende ketensamenwerking – is, vanuit deze gedeelde ambitie, met een planning gewerkt, die weinig ruimte liet voor het opvangen van onverwachte ontwikkelingen. Daarom is, en wordt nog steeds, in de praktijk veelal parallel gewerkt om tempo te kunnen maken: aan wetgeving, benodigde financiën, de uitwerking van ketenprocessen en ketenarchitectuur, etc. Er zijn gedurende het gehele traject door DUO en door andere ketenpartners signalen afgegeven dat het krap is en dat het ingewikkeld is. De meeste signalen betroffen vooral de haalbaarheid van de ambitieuze planning voor het IV-deel en het niet op tijd klaar zijn van de lagere regelgeving. Deze signalen zijn steeds besproken en steeds is het beeld geweest: als we op de juiste tijden stappen vooruit zetten, is het haalbaar.

DUO is gedurende het gehele traject op drie momenten verzocht om een uitvoeringstoets uit te voeren: in juni 2019, februari 2020 en september 2020. In al deze uitvoeringstoetsen is DUO ingegaan op de planning en de haalbaarheid daarvan (zie ook de antwoorden op vragen 6, 7 en 8). Een tijdlijn van overige schriftelijke signalen is niet te geven.

Van alle ontvangen signalen, betrof het meest expliciete signaal dat invoering van het nieuwe stelsel op 1 juli 2021 niet gehaald zou worden, de uitvoeringstoets van DUO die ik op 9 november jl. heb ontvangen. Op basis van deze toets heb ik de gevolgen van eventueel uitstel over de volle breedte en voor alle ketenpartners geïnventariseerd. De openheid en duidelijkheid die DUO vanuit het eigen uitvoeringsperspectief en de afhankelijkheid daarbij van andere ketenpartners in de uitvoeringstoets heeft gegeven is door de andere ketenpartners herkend en gewaardeerd. Tegelijkertijd is er ook teleurstelling uitgesproken over het uitstel van de invoering van het nieuwe stelsel dat daarmee onvermijdelijk werd. Dit geldt in het bijzonder voor gemeenten die vaak al ver gevorderd waren met de voorbereidingen om per 1 juli 2021 van start te kunnen gaan. De uitvoeringstoets van DUO van 9 november jl. is als bijlage bij deze antwoorden gevoegd.[2] Voor de volledigheid heb ik tevens de voorlopige uitvoeringstoets bijgevoegd[3] die DUO in april 2020 heeft opgeleverd.

Alles overziende en alle voor- en nadelen afwegende ben ik in november jl. tot het besluit gekomen om de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel (opnieuw) uit te stellen. Voor een uitgebreidere toelichting hierop verwijs ik naar mijn brief van 17 december jl. Omdat ik me ervan bewust ben dat het uitstel gevolgen heeft voor inburgeraars en gemeenten, ben ik direct met de VNG in gesprek gegaan om de gevolgen van het uitstel voor gemeenten en inburgeraars in kaart te brengen en heb ik met de VNG afgesproken eind januari een extra bestuurlijk overleg te plannen hierover.

 

In mijn initiële brief aan uw Kamer over het uitstel[4] heb ik aangegeven te streven naar invoering van de wet op 1 januari 2022, maar samen met de ketenpartners te bezien wanneer en onder welke voorwaarden invoering wel haalbaar en verantwoord is. Een integrale afhankelijkhedenplanning maakt daar onderdeel van uit. Vervolgens heb ik in mijn brief van 17 december jl. aangegeven welke knelpunten aandacht behoeven en dat de inwerkingstredingsdatum van 1 januari 2022 ambitieus blijft. Ook blijft de coronacrisis en de ten gevolge daarvan getroffen maatregelen een risicofactor voor de planning en de beschikbare capaciteit. Met de betrokken partijen is evenwel afgesproken om alles op alles te zetten en volop te koersen op 1 januari 2022.

 

Vraag 6

Is het waar dat DUO eerder in de uitvoeringstoets (05-09-2019) aangaf dat de planning ambitieus was voor de invoering van de wet per januari 2021 en dat u vervolgens op 23 maart 2020 aangaf dat de invoering van de wet inburgering met een half jaar zou worden uitgesteld tot 1 juli 2021 omdat betrokken organisaties een extra half jaar nodig hadden om de invoering van het stelsel zorgvuldig te kunnen voorbereiden? Zo ja, welke signalen van ketenpartners kreeg u voorafgaand aan dit besluit om tot uitstel over te gaan? Heeft u ten tijde van dit besluit overwogen de wet direct met een jaar uit te stellen? Zo ja, op basis waarvan heeft u toch gekozen voor uitstel met een half jaar?

 

Vraag 7

Heeft u de eerdere uitsteltermijn met ketenpartners en specifiek met DUO besproken? Zo ja, hoe oordeelden zij toen over de kansrijkheid van invoering per juli 2021? Welke financiële consequenties had uitstel met een half jaar toen?

 

Antwoord 6 en 7

Parallel aan de (internet)consultatie van het wetsvoorstel, is DUO verzocht om in de zomer van 2019 een uitvoeringstoets in de vorm van een ‘globale verkenning’ ten aanzien van dit voorstel uit te voeren. In deze uitvoeringstoets, die DUO op 5 september 2019 heeft opgeleverd, heeft DUO aangegeven de implementatie van het nieuwe stelsel per (toen nog) 1 januari 2021 zowel voor DUO als voor ketenpartners als ambitieus te beschouwen. DUO heeft in deze uitvoeringstoets tevens opgemerkt dat de nadere invulling van de kaders van de wet in de lagere regelgeving van grote invloed zal zijn op de haalbaarheid van tijdige wijzigingen in vernieuwde (keten)processen. DUO achtte het daarom noodzakelijk dat de inhoud van deze nadere invulling op korte termijn helder zou worden.

Zoals ik in mijn brief van 17 december jl. heb toegelicht, is parallel aan het wetstraject in het najaar van 2019 gestart met de uitwerking van het wetsvoorstel in het Besluit en de Regeling inburgering 20.. (verder: het besluit en de regeling). Gedurende de uitwerking zijn de (keten)partners op voor hen relevante onderwerpen geconsulteerd, bijvoorbeeld op het onderwerp handhaving. Het opstellen en afstemmen van het besluit en de regeling bleek complexer te zijn en daardoor langer te duren dan voorzien, waardoor er in de eerste maanden van 2020 nog geen definitieve conceptteksten beschikbaar waren om met DUO, gemeenten en andere ketenpartners te kunnen afstemmen. De uitkomst van  intensieve samenwerking heeft, gegeven de samenhang tussen de uitwerking van het besluit en de regeling en de uitwerking van (keten)processen en andere noodzakelijke voorbereidingen op het nieuwe stelsel, geleid tot de beslissing om de inwerkingtreding van de nieuwe wet, in goed overleg met de VNG, met een half jaar op te schuiven naar 1 juli 2021.[5] Tegelijk is met de VNG afgesproken de eventuele financiële gevolgen hiervan voor gemeenten mee te nemen in de toen nog lopende besprekingen over de financiële kaders. Zoals ik in mijn eerdergenoemde brief van 17 december jl. heb aangegeven, was op dat moment de inschatting dat een half jaar uitstel voldoende zou zijn om de vertraging in de uitwerking van het besluit en de regeling te kunnen opvangen en alle voorbereidingen op het nieuwe stelsel tijdig te kunnen afronden. Hoewel DUO en de overige ketenpartners voorafgaand aan dit besluit niet zijn geconsulteerd, is dit besluit wel toegelicht tijdens een overleg van de Stuurgroep VOI[6] op 6 maart 2020.

De eerste (integrale) conceptversies van het besluit en de regeling zijn op 29 juni 2020 met de leden van de Stuurgroep gedeeld en twee weken later ook met de overige ketenpartners en belangrijkste stakeholders.

 

Vraag 8

Is het waar dat DUO in diezelfde eerdere uitvoeringstoets aangaf dat zorgvuldige implementatie mede afhing van het beroep dat door OCW op DUO werd gedaan voor andere taken die in tijd zouden samenlopen? Zo ja, over welke toen voorzienbare taken ging dit? Welke taken zijn erbij gekomen sinds de uitvoeringstoets en welke gevolgen had dit voor de uitvoering van de implementatie van de inburgeringswet?

 

Antwoord 8

In de globale verkenning uitvoering van 5 september 2019 heeft DUO inderdaad aangegeven dat het noodzakelijk was om tot afspraken te komen over het voorkomen van interferentie met werkzaamheden ten behoeve van OCW-taken. In de voorlopige uitvoeringstoets van april 2020[7] heeft DUO eveneens aangegeven dat andere uitvoeringstrajecten die onder het opdrachtgeverschap van het ministerie van OCW vallen, een effect kunnen hebben op de haalbaarheid en maakbaarheid van de Veranderopgave inburgering (VOI). Daarbij ging het niet om specifieke taken voor het ministerie van OCW maar om het totale takenpakket. Naar aanleiding van het voorstel van DUO om deze effecten in gezamenlijkheid met het ministerie van OCW als eigenaar van DUO en met SZW te verkennen, zijn hierover gesprekken gevoerd. Op basis hiervan zijn afspraken gemaakt over maatregelen om dergelijke effecten zoveel mogelijk te voorkomen, zoals een gefaseerde aanpak van de voorbereidingen voor het nieuwe stelsel, de scheiding binnen de DUO-organisatie van ICT-ondersteuning voor SZW-taken en OCW-taken, inzet van externen en prioritering binnen het inburgeringsportfolio en gebruikmaking van bestaande capaciteit gereserveerd voor bestaand beleid.

 

Vraag 9

Is het waar dat DUO aangaf dat implementatie, in ieder geval in haar systeem, ook gefaseerd kon of zou moeten gebeuren? Zo ja, is bij uitstel naar juli 2021 gekozen voor gefaseerde of volledige implementatie? Over welke onderdelen ging het die direct zouden kunnen worden geïmplementeerd?

 

Antwoord 9

DUO heeft in de uitvoeringstoets van 5 september 2019 laten weten voor een tijdige implementatie van de nieuwe wet in eerste instantie verder te zullen gaan met het huidige systeem. Verder heeft DUO aangegeven dat een gefaseerde invoering van het nieuwe stelsel kan worden overwogen omdat niet alle elementen van het nieuwe stelsel direct van toepassing zijn. Mede naar aanleiding hiervan is, in samenspraak met alle ketenpartners, in het ontwerp van de ketenarchitectuur ten behoeve van het nieuwe stelsel een fasering aangebracht. Daarbij gaat het niet om het gefaseerd invoeren van onderdelen uit de wet, maar om het gefaseerd voorbereiden en uitvoeren van uitgebreidere en complexere ICT-systeemaanpassingen.

De fasering bestaat uit drie “plateaus”. Plateau 1 beschrijft wat bij inwerkingtreding van de wet minimaal gereed moet zijn om een goede en veilige gegevensuitwisseling tussen ketenpartners te kunnen faciliteren, zodat de wet goed kan worden uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bestaande systemen en portalen die worden aangepast aan de nieuwe situatie. Plateau 2 en 3 behelzen verdere automatisering en meer geïntegreerde digitale dienstverlening aan inburgeraars.

 

Vraag 10

Welke inspanning, en vanaf welk moment, is binnen en richting DUO gedaan om de organisatie in de uitvoering voor te bereiden op de nieuwe inburgeringswet, al tijdens het wetstraject? Is er een projectteam op gezet bijvoorbeeld en zo nee, waarom niet?

 

Antwoord 10

In de eerdergenoemde uitvoeringstoets van 5 september 2019 (zie vraag 6), heeft DUO aangegeven een op initiatief van het ministerie van SZW gezamenlijk in te richten programma-organisatie te beschouwen als een zwaarwegende randvoorwaarde voor een goede transitie en tijdige realisatie. Naar aanleiding hiervan zijn in het najaar van 2019 gesprekken tussen het ministerie van SZW en DUO opgestart over het inrichten van de programma-organisatie. Binnen het ministerie van SZW is het programma VOI verder ingericht en op 23 januari 2020 is aan DUO opdracht verleend voor het opstellen van een programmaplan voor de eigen organisatie. Binnen DUO wordt de uitwerking binnen de bestaande lijn en deels in projectvorm opgepakt. De reden hiervoor is, dat daarmee de integrale benadering van de werkzaamheden van DUO binnen het huidige én het nieuwe inburgeringsstelsel beter kan worden gewaarborgd. Parallel hieraan is DUO in het kader van de voorbereidingen op het nieuwe stelsel ook betrokken in de ketenoverleggen die in de loop van 2020 gestart zijn om te zorgen voor het opstellen van de benodigde ketenproducten. Zo is DUO vertegenwoordigd in de architectuurboard die de ketenarchitectuur inburgering heeft opgesteld, in de werkgroep ketenproces en gegevensuitwisseling die werkt aan het ketenproces en informatiemodel keten, in het communicatieoverleg en in de Stuurgroep VOI.


Vraag 11

Hoe is het contact met de VNG verlopen over en tot aan het besluit tot uitstel van de nieuwe wet inburgering naar 2022? Wat was hun inhoudelijke reactie op uw voornemen tot uitstel?

 

Antwoord 11

De VNG is, als lid van de Stuurgroep VOI, op het vroegst mogelijke tijdstip informeel geïnformeerd over het bericht van DUO van begin november jl. waaruit bleek dat de uitkomsten van de uitvoeringstoets waarschijnlijk negatief zouden uitvallen met betrekking tot de haalbaarheid en uitvoerbaarheid per 1 juli 2021 (zie in dit kader ook mijn brief van 17 december jl.). Na ontvangst van de ontvangst van de uitvoeringstoets op 9 november jl. hebben alle Stuurgroepleden de gelegenheid gekregen hierop te reageren en aan te geven hoe zij naar uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel kijken. De VNG heeft in dit kader aangegeven dat het beeld was dat gemeenten waarschijnlijk op tijd klaar zouden zijn voor implementatie op 1 juli 2021. Verder is door de VNG gewezen op de gevolgen van uitstel voor gemeenten en is aangegeven dat het belangrijk is dat alle voorbereidingen op het nieuwe stelsel blijven doorgaan. Met de VNG is daarom direct afgesproken om verder te praten over de gevolgen van het uitstel voor gemeenten en inburgeraars.

 

Vraag 12

Hoe beoordeelt u de bezorgde en teleurgestelde reacties van gemeenten? Welke gevolgen heeft het uitstel voor de implementatie van het nieuwe stelsel in gemeenten?

 

Antwoord 12

Het draagvlak voor het nieuwe inburgeringsstelsel is groot en gemeenten zijn de afgelopen periode ontzettend hard bezig geweest met het treffen van alle benodigde voorbereidingen op hun nieuwe taken in dit stelsel. Ik kan de teleurgestelde reacties van gemeenten dan ook goed plaatsen en me ook goed voorstellen dat gemeenten het gevoel hebben dat mijn besluit om de inwerkingtreding uit te stellen onvoldoende recht doet aan de inspanningen die zij tot dusver hebben verricht om op tijd klaar te zijn. Ook ik zou het liefst zo snel mogelijk afscheid nemen van het huidige inburgeringsstelsel en het is dan ook het uitgangspunt om dit te doen zodra dit verantwoord is voor de uitvoering. Dat betekent dat niet alleen gemeenten, maar ook alle andere partijen die in het nieuwe stelsel een rol hebben, hier voldoende op voorbereid moeten zijn.

Zoals ik in mijn brief van 17 december jl. heb aangegeven, ben ik met de VNG in gesprek gegaan om de gevolgen van het uitstel voor gemeenten en inburgeraars in kaart te brengen en heb ik met de VNG afgesproken eind januari een extra bestuurlijk overleg te plannen hierover. Na dit overleg zal ik uw Kamer per brief informeren over de afspraken die ik met de VNG heb gemaakt. 

 

Vraag 13

Is het oude stelsel zonder problemen een half jaar langer uitvoerbaar voor ketenpartners? Welke gevolgen heeft het uitstel voor hun organisaties en voor de transitie van deze organisaties naar het nieuwe systeem? Welke gevolgen heeft dit specifiek voor taalscholen en het frauderisico omtrent taalscholen in het oude stelsel?

Antwoord 13

Ook voor de andere ketenpartners heeft het uitstel tot gevolg dat er meer inburgeraars binnen het huidige stelsel zullen instromen. Vooralsnog lijkt dit qua uitvoerbaarheid geen problemen met zich te brengen. Wel geldt dat corona en de ten gevolge daarvan getroffen maatregelen (en eventuele toekomstige maatregelen) niet alleen een risicofactor zijn voor de planning en capaciteit voor de voorbereidingen op het nieuwe stelsel, maar tevens voor de capaciteit voor het huidige stelsel. Ook geldt dat eventuele (beleids)wijzigingen die nog in het huidige stelsel worden doorgevoerd, hier een effect op kunnen hebben. Daarom is, zoals ik in mijn brief van 17 december jl. heb aangegeven, de afspraak gemaakt dat de inwerkingtreding van de nieuwe wet leidend is en prioriteit heeft boven beleidsaanpassingen in het huidige stelsel.

 

Ook voor taalscholen geldt dat de groep inburgeraars die nog binnen het huidige stelsel valt en die zelf verantwoordelijk is voor het inkopen van hun inburgeringscursus (al dan niet met gebruikmaking van hun lening) groter wordt en gedurende een langere periode zal instromen. Het toezichtsregime in het nieuwe stelsel is op hoofdlijnen gelijk aan het toezichtsregime van het huidige stelsel. In beide gevallen wordt het toezicht uitgevoerd op basis van een keurmerk dat verstrekt wordt door Blik op Werk. In die zin heeft uitstel van de invoering van de nieuwe inburgeringswet weinig effect op het toezicht op taalscholen voor het huidig stelsel. Wel is er onder de nieuwe wet sprake van een kleiner frauderisico door de andere inrichting van het stelsel en het dubbel slot. Naast toezicht door Blik op Werk kunnen gemeenten als inkopende partij ook sturen op kwalitatief goed inburgeringsonderwijs.

 

Naar aanleiding van een door uw Kamer aangenomen motie[8] wordt op dit moment een verkenning uitgevoerd naar de vraag of het toezicht op het inburgeringsonderwijs door of in samenwerking met een publieke toezichthouder kan worden uitgevoerd. Bij deze verkenning zal ook de toepasbaarheid van een publiek toezichtsregime op onderwijs aan inburgeraars onder het huidige stelsel worden meegenomen.

 

Vraag 14

Welke financiële gevolgen heeft uw besluit voor de verschillende ketenpartners, zowel voor verlengde uitvoering van het oude stelsel als voor de vertraagde implementatie in het nieuwe stelsel?

 

Antwoord 14
Mijn besluit om de nieuwe wet uit te stellen heeft als gevolg dat het leenstelsel voor inburgeraars langer in stand blijft. Dit heeft consequenties voor de uitgaven aan leningen. Verder heeft het uitstel vooral financiële gevolgen voor gemeenten. De regierol van gemeenten, waaronder het inkopen van inburgeringstrajecten, gaat als gevolg van het uitstel later van start. Mijn ministerie brengt op dit moment de totale financiële gevolgen van het uitstel in kaart en ik ben hierover in gesprek met VNG en andere ketenpartners. Voor het vervolg van dit proces verwijs ik naar mijn brief van 17 december jl.

 

Vraag 15

Is het mogelijk en overwogen om de nieuwe wet inburgering gedeeltelijk in te voeren? Zo ja, op welke onderdelen is dit mogelijk? Zo nee, waarom niet? Waarom is niet voor gedeeltelijk invoering gekozen?

 

Antwoord 15

In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten de regierol over de uitvoering van de inburgering, maar ook andere organisaties, met name DUO, blijven verschillende taken uitvoeren. Al deze taken worden in onderlinge samenhang uitgevoerd en dat creëert een grote onderlinge afhankelijkheid. Al vanaf de start van een inburgeringstraject is immers uitwisseling van gegevens tussen de ketenpartners nodig. Om die reden ligt gedeeltelijke invoering, voor zover er al onderdelen zijn die geheel geïsoleerd in werking zouden kunnen treden, niet voor de hand. Daarnaast was de verwachting dat de benodigde gegevensuitwisseling niet op orde zou zijn een te groot risico om voor een gedeeltelijke invoering te kiezen.

 

Zoals ik in mijn brief van 17 december jl. heb aangegeven, heeft de VNG de wens geuit om de ‘ondertussen-groep’ die als gevolg van het uitstel niet onder het nieuwe stelsel valt zoveel als mogelijk te begeleiden in de geest van de nieuwe wet. Deze wens wordt meegenomen in de gesprekken die met de VNG worden gevoerd in aanloop naar het bestuurlijk overleg eind januari.

 

Vraag 16

Kunt u deze vragen zo snel mogelijk, tenminste voor het kerstreces, beantwoorden?

 

Antwoord 16
Dit is helaas niet gelukt.

 

 

1) https://nos.nl/artikel/2356303-gemeenten-uitstel-nieuwe-inburgeringswet-teleurstellend.html



 

 

 

[1] Kamerstuk 35 483, nr. 65.

[2] Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

[3] De “Impactanalyse uitvoeringsprocessen DUO” (bijlage bij de voorlopige uitvoeringstoets van 16 april 2020) betreft een 0.92-versie. Er is van dit document geen 1.0-versie gemaakt omdat er sprake was van een voorlopige uitvoeringstoets. Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

[4] Kamerstuk 35 483, nr. 63.

[5] Kamerstuk 32 824, nr. 294.

[6] Deze Stuurgroep, die wordt voorgezeten door het ministerie van SZW en verder bestaat uit vertegenwoordigers van de VNG, DUO, de IND, het COA en Divosa, is verantwoordelijk voor de sturing op de uitwerking en de afhankelijkheden, planning en risico’s van de veranderopgave inburgering.

[7] Begin februari 2020 is DUO opnieuw verzocht om een uitvoeringstoets uit te voeren. Ditmaal ten aanzien van de versie van het wetsvoorstel dat voor advies voorlag aan de Raad van State. Daarbij is DUO gevraagd om eerst een ‘voorlopige uitvoeringstoets’ op te leveren en, zodra het besluit en de regeling beschikbaar zouden zijn, een volledige uitvoeringstoets op te leveren. Medio april 2020 heeft DUO de voorlopige uitvoeringstoets opgeleverd. De volledige uitvoeringstoets betreft de toets die op 9 november jl. is opgeleverd.

[8] Kamerstuk 35 483, nr. 45.

 


Indiener

Wouter Koolmees (D66)

Ingrid van Engelshoven (D66)


Gericht

Dennis Wiersma (VVD)

Bente Becker (VVD)


Access ( 19130 )

Publicatiedatum
2 februari 2021




Gerelateerd

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl