Tweedemonitor / Kamervraag / Het verrekenen van proceskosten met schulden van schuldenaars ten koste van rechtsbijstandsverleners



Het verrekenen van proceskosten met schulden van schuldenaars ten koste van rechtsbijstandsverleners

Keywords:
Zaaknummer: 2020Z22048

2020Z22048

(ingezonden 19 november 2020)

Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de minister voor Rechtsbescherming over het verrekenen van proceskosten met schulden van schuldenaars ten koste van rechtsbijstandsverleners

  1. Bent u bekend met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die in hoger beroep bepaalde dat de Algemene nabestaandenwet een wettelijk grondslag kent om de proceskosten te verrekenen met de openstaande vordering? 1)
  1. Bent u bekend met het blog ‘Verliezen, het nieuwe verdienmodel van de gemeente Stein.'? 2)
  1. Wat is daarop uw reactie?
  1. Klopt het dat ook de Invorderingswet, artikel 24, lid 4 een grondslag biedt om de proceskostenvergoeding aan de winnende partij te verrekenen met een openstaande schuld van die winnende partij aan de Belastingdienst?
  1. Zijn er naar uw weten nog meer wettelijke mogelijkheden, buiten de voorbeelden in de bovenstaande bronnen, waarbij de proceskostenvergoedingen aan de winnende partij verrekend kunnen worden met een openstaande schuld van die winnende partij aan de verliezende partij?
  1. Deelt u de mening dat deze verrekening vooral een probleem kan vormen voor de rechtsbijstandsverleners, die dan naar hun vergoeding kunnen fluiten omdat de winnende partij niet over de proceskosten kan beschikken en daardoor geen geld heeft om de rechtsbijstandsverlener te betalen?
  1. Vreest u ook dat het bovenstaande de rechtsbijstand aan personen met schulden minder aantrekkelijk maakt, waardoor de toegang tot het recht onder druk komt te staan? Zo nee, waarom niet?
  1. Klopt het dat rechtsbijstandsverleners in de bovenstaande gevallen terug kunnen vallen op de hardheidsclausule in artikel 5, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr)?
  1. Klopt het dat rechtsbijstandsverleners bij een beroep op die hardheidsclausule Bvr artikel 5, lid 5, recht hebben op een vergoeding die in de praktijk lager kan zijn dan wanneer de rechtsbijstandsverlener de proceskostenvergoeding had gekregen? Waarom is dit zo?
  1. Klopt het dat de vergoeding van die hardheidsclausule Bvr artikel 5, lid 5, wordt gefinancierd met geld dat eigenlijk bestemd is voor rechtshulp aan on- en minvermogenden?

  2. Om hoeveel geld gaat dit? Waarom gaat dit ten koste van het budget voor gesubsidieerde rechtsbijstand?
  1. Vindt u ook dat het onwenselijk is dat geld voor on- en minvermogenden voor deze doeleinden wordt gebruikt, vooral omdat eigenlijk de bestuursorganen die kosten hadden moeten dragen?
  1. Bent u bereid deze verrekening van de proceskosten met openstaande schulden uit de diverse wetten te schrappen om te voorkomen dat dit rechtsbijstandsverleners ontmoedigt om rechtsbijstand te verlenen en te voorkomen dat het budget voor on- en minvermogenden hierdoor wordt aangetast? Zo nee, waarom niet?

1) https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2020:1307

2) https://gregoiredolf.wordpress.com/2018/11/10/verliezen-het-nieuwe-verdienmodel-van-de-gemeente-stein/

Indiener

Michiel van Nispen (SP)


Gericht

Sander Dekker (VVD)


Access ( 18111 )

Publicatiedatum
19 November 2020



Gerelateerd

Het verrekenen van proceskosten met schulden van schuldenaars ten koste van rechtsbijstandsverleners

Herindelingen in het algemeen en de herindeling Groningen, Haren, Ten Boer in het bijzonder.

Incasso-Cowboys die geld verdienen aan de handel in schulden

De schuldsanering en een effectieve schuldenrechter

Schuldenlast

Een recordaantal mensen bij schuldhulpverlening

Het bericht ‘AFM waarschuwt voor schulden bij leasen van een auto of wasmachine’

De positie van mensen met schulden in de Coronacrisis.

© 2017-2020 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl