Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Kops over haperende warmtepompen en stijgende energierekeningen



Antwoord op vragen van het lid Kops over haperende warmtepompen en stijgende energierekeningen

Keywords:
Zaaknummer: 2020D41557

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Economische Zaken en Klimaat, de antwoorden op de vragen van het lid Kops (PVV) over haperende warmtepompen en stijgende energierekeningen.

Deze vragen werden ingezonden op 23 september 2020.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,





drs. K.H. Ollongren

2020Z16969

Vragen van het lid Kops (PVV) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken en Klimaat over haperende warmtepompen en stijgende energierekeningen (ingezonden 23 september 2020)

Vraag 1

Kent u het bericht 'Haperende Haagse warmtepompen: ‘Trillen van de kou’'? 1)

Antwoord 1:

Ja.

Vraag 2:

Kunt u zich herinneren hoe vaak u met droge ogen hebt beweerd dat de energietransitie zou leiden tot een ‘comfortabeler’ huis én een lagere energierekening? Staat u nog steeds achter deze woorden? Zo ja, hoe is het dan in ’s-hemelsnaam mogelijk dat bewoners van de Haagse wijk Spoorwijk in de kou zitten omdat de warmtepomp niet werkt en óók nog eens hun energielasten fors zien stijgen? Hoe ‘comfortabel’ is dit volgens u?

Antwoord 2:

De energietransitie moet voor iedereen betaalbaar zijn. Dat is en blijft het uitgangspunt voor het kabinet. In mijn brief van 17 december 2019 (Kamerstukken II 2019/20, 32847 nr. 585) heb ik toegelicht dat hier veel voor nodig is: de kosten van verduurzamingsmaatregelen moeten omlaag door innovatie en opschaling, de inrichting van de energiebelasting moet de omschakeling naar duurzame warmteopties gaan ondersteunen, subsidiemogelijkheden zijn nodig om investeringen aantrekkelijk en rendabel te maken en er is aantrekkelijke financiering nodig. Veel van deze maatregelen zijn inmiddels in gang gezet.

Specifiek voor de huursector heb ik in mijn brief van 22 februari 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 32 847, nr. 470) aangegeven, dat het kabinet het Sociaal Huurakkoord ondersteunt. De partijen in dit akkoord hebben een systematiek afgesproken gebaseerd op energielabelstappen waarbij de gemiddelde besparing op de energielasten, de mogelijke huuraanpassing overtreft, zodat huurders er gemiddeld niet op achteruit gaan.

Vraag 3:

Deelt u de mening dat het schandalig is dat deze bewoners de afgelopen zeven jaar gemiddeld € 104 per jaar – met uitschieters naar € 1.200 – hebben moeten bijbetalen? Hoe rijmt u dit met uw belofte van ‘lagere energielasten’?

Antwoord 3:

Eerst ga ik in op de Warmtewet en dan zal ik ingaan op de lagere energielasten. Met betrekking tot de bijbetalingen wil ik u wijzen op de regelingen die al zijn opgenomen in de Warmtewet. De Warmtewet bevat bepalingen die erop gericht zijn dat warmteverbruikers niet meer kwijt zijn dan verbruikers van aardgas. De gasreferentie is hier een voorbeeld van. Dit houdt in dat voor de warmtetarieven voor kleinverbruikers jaarlijks maximumtarieven worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Specifiek, de tarieven voor levering en meting mogen niet hoger zijn voor een gemiddelde warmtegebruiker dan voor een gemiddelde gasgebruiker waardoor de warmteverbruiker beschermd is tegen te hoge tarieven. Daarnaast is in de Warmtewet geregeld dat warmteverbruikers kunnen terugvallen op financiële compensatie bij storingen en geschillen­beslechting. In de Warmtewet is ook opgenomen dat de verantwoordelijkheid bij het warmtebedrijf ligt om de levering van warmte te borgen en technische storingen op te lossen. Het is dan ook niet de rol van de minister om deze individuele gevallen te beoordelen.

Als reactie op uw vraag over lagere energielasten kan ik aangeven dat de inzet van het kabinet is dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Er zijn verschillende instrumenten die hieraan bijdragen. Als gevolg van de toezegging van het kabinet bij het Klimaatakkoord waren voor een huishouden met een gemiddeld aardgas- en elektriciteitsverbruik in 2020 de belastingen op de energierekening ongeveer 100 euro lager ten opzichte van 2019. Het daadwerkelijke effect is afhankelijk van het specifieke energieverbruik van een huishouden. Er bestaat spreiding rondom het gemiddelde verbruik, dit is ook door het CBS in kaart gebracht door middel van 10 huishoudprofielen. Door deze spreiding gingen sommige huishoudens in de praktijk er meer of juist minder op vooruit dan 100 euro.

Volgens het CBS is de daadwerkelijke daling van de totale energierekening inclusief de marktprijzen en nettarieven bij een gemiddeld verbruik hoger geweest dan 100 euro als gevolg van onder andere de daling in de belastingen op energie en de daling van de marktprijzen (zie publicatie Huishoudens betalen bijna 10 procent minder voor energie, maart 2020).

Hoewel het kabinet het belastingdeel van de energierekening kan beïnvloeden, is de ontwikkeling van de totale energierekening ook afhankelijk van de prijs voor inkoop of de kosten voor de productie van warmte. Afhankelijk van het type warmtebron spelen marktprijzen van elektriciteit en gas ook een rol in de totale energierekening én de transporttarieven. Het kabinet heeft geen invloed op deze kosten en marktprijzen en kan dus ook geen beloftes doen over de ontwikkeling van de totale energierekening. Wel houdt het kabinet een vinger aan de pols. Het kabinet weegt in de koopkrachtbesluitvorming jaarlijks alle plussen en minnen voor huishoudens, waaronder de energierekening.

Vraag 4:

Wat vindt u ervan dat Eneco deze duurzaamheidsellende afdoet met de woorden: “Het gaat structureel gewoon niet fout”? Deelt u de conclusie dat de energietransitie voor o.a. energiebedrijven niets anders is dan een verdienmodel, maar dat huishoudens hierdoor regelrecht de financiële afgrond en de energiearmoede in worden gestort? Zo nee, bent u wel op de hoogte van het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, waaruit blijkt dat het verduurzamen van woningen ‘voor vrijwel niemand rendabel’ is? Bent u daarnaast op de hoogte van het onderzoek van Ecorys, waaruit blijkt dat het aantal huishoudens dat in energiearmoede leeft zal toenemen van 650.000 naar 1.500.000 in 2030 als direct gevolg van uw besluit om alle woningen van het gas af te halen?

Vraag 5:

Als u dit tot u laat doordringen, hoe kunt u de energietransitie dan in vredesnaam ‘haalbaar en

betaalbaar’ noemen? Wanneer stopt u met deze waanzin?

Antwoord 4 en 5:

Nee, die mening deel ik niet. Het klimaat- en energiebeleid voeren we uit om de hoeveelheid CO2 te reduceren overeenkomstig met het Klimaatakkoord van Parijs. Geleidelijk overstappen van fossiele naar duurzame energie is daarvoor nodig. Om de overgang naar andere energiebronnen zoals warmtepompen haalbaar en betaalbaar te houden, neemt het Kabinet verschillende maatregelen zoals het Warmtefonds en het verlenen van subsidies (onder andere de Investerings¬subsidie Duurzame Energie (ISDE), de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) en de Subsidieregeling Renovatieversneller).

Verder ben ik op de hoogte van het Ecorys-onderzoek, maar ik deel die conclusie niet.

Het Ecorys-rapport dateert van februari 2019 en komt op basis van een aantal veronderstellingen tot de conclusie dat de groep energiearme huishoudens zal groeien naar 1,5 mln. in 2030. Als onderdeel van het Klimaatakkoord zijn belastingmaatregelen aangekondigd ten gunste van huishoudens. Deze maatregelen zijn hierin nog niet meegenomen. Juist door deze maatregelen profiteren huishoudens met een lager inkomen relatief het meest en, zoals ook aangegeven in de conclusie van het Ecorys-rapport, zal het aantal energiearme huishoudens dan naar verwachting lager uitvallen.

Of een huishouden zijn energierekening kan betalen, hangt niet alleen af van de uitgaven aan energie, maar ook van het besteedbare inkomen en de andere noodzakelijke uitgaven van huishoudens. Uit het rapport van het PBL ”Meten met twee maten” uit december 2018 blijkt overigens dat Nederland in Europees perspectief relatief goed scoort op betaalbaarheid van de energierekening voor huishoudens en relatief weinig energiearmoede kent.

Vraag 6:

Waarom zijn de Kamervragen van 23-7-2020 over bewoners in de Haagse wijk Transvaal, die immers soortgelijke ellende ondergaan, nog niet beantwoord? 2) Deelt u de conclusie dat de problemen met de energietransitie zich sneller opstapelen dan dat u Kamervragen daarover kunt beantwoorden?

Antwoord 6:

1) De antwoorden op de Kamervragen zijn inmiddels naar uw Kamer gestuurd.

2) Nee, die conclusie deel ik niet. Voor het kabinet blijft het doel voorop staan

om de uitstoot van CO2 fors te reduceren overeenkomstig met het Klimaatakkoord van Parijs. Geleidelijk overstappen van fossiele naar duurzame energie is daarvoor nodig.

1) De Telegraaf, 22-9-2020, 'Haperende Haagse warmtepompen: trillen van de kou';

https://www.telegraaf.nl/nieuws/535804609/haperende-haagse-warmtepompen-trillen-van-de-kou

2) Kamervragen 2020Z14277, 23-7-2020

Antwoord op

Haperende warmtepompen en stijgende energierekeningen (23 September 2020)
Reactietijd: 26 dagen

Indiener

Kajsa Ollongren (D66)

Eric Wiebes (VVD)


Gericht

Alexander Kops (PVV)


Access ( 17610 )

Publicatiedatum
19 Oktober 2020



Gerelateerd

Haperende warmtepompen en stijgende energierekeningen

Geluid van warmtepompen en airco’s voor omwonenden

Het bericht ‘Haperende ICT in de Zorg: verkeerde medicatie, foute beslissingen’

Stijgende energierekeningen en vaste lasten door warmtepompen

De berichten inzake de Ketelbrug

Stijgende energielasten door warmtepompen en laadpalen

Het bericht “Aanleg van zonnedaken stokt door stijgende verzekeringspremies”.

Het bericht dat de nieuwbouw van een school in de problemen komt door stijgende bouwkosten

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl