Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over de lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag CETA van 6 november 2019



Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over de lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag CETA van 6 november 2019

Keywords:
Zaaknummer: 2020D02838

Hierbij bied ik, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Ouwehand over de lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag CETA van 6 november 2019. Deze vragen werden ingezonden op 29 november 2019 met kenmerk 2019Z23706.

De Minister voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,



Sigrid A.M. Kaag

[Ondertekenaar 2]

[Ondertekenaar 3]

[Ondertekenaar 4]


Antwoorden van de Minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking, mede namens de
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag (CETA) van 6 november 2019.

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat de eisen die betrekking hebben op alle naar de EU geëxporteerde (landbouw- en voedsel-) producten niet aan alle Europese standaarden hoeven te voldoen, maar aan slechts een deel van de Europese standaarden?

Antwoord

Alle naar de Europese Unie (EU) geëxporteerde producten moeten voor toelating op de EU-markt voldoen aan alle Europese productstandaarden, zoals eisen op het gebied van plant- en diergezondheid, voedselveiligheid en etikettering. Dit geldt ook voor Canadese producten. CETA wijzigt deze situatie niet.

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat de eisen op het gebied van plant- en diergezondheid, voedselveiligheid en etikettering eisen zijn om de voedselveiligheid van de naar de EU geëxporteerde producten te garanderen, maar dat deze eisen geen eisen zijn die afdwingen dat bijvoorbeeld dierenwelzijnsstandaarden en pesticidengebruik in de exporterende landen minimaal op hetzelfde niveau zitten als in Europa? Kunt u derhalve bevestigen dat deze eisen niet gericht zijn op en niet geschikt zijn voor het afdwingen van een gelijk speelveld?

Antwoord

Zoals ik heb aangegeven in mijn antwoord op vraag 1 moeten alle naar de EU geëxporteerde producten voor toelating op de interne EU-markt voldoen aan alle Europese standaarden op het gebied van plant- en diergezondheid, voedselveiligheid en etikettering. Het stellen van eisen aan de import van goederen in de EU op grond van dierenwelzijn of gewasbeschermingsmiddelen is slechts zeer beperkt mogelijk binnen het huidige stelsel van WTO-verdragen. Ook ontbreken veelal internationaal erkende standaarden op dit gebied. Binnen de beperkte mogelijkheden stelt de Europese Unie wel eisen aan exportslachterijen in derde landen op het gebied van dierenwelzijnseisen, waarbij dient te worden voldaan aan de eisen uit EU-verordening 1099/2009[1]. De Europese standaarden voor plant- en diergezondheid en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hebben tot doel mens, plant, dier en milieu binnen de Europese Unie hetzelfde niveau van bescherming te bieden en daarmee binnen de Europese Unie tot een gelijk speelveld te komen.

Vraag 3

Kunt u bevestigen dat voor de Canadese varkenshouderij pas op 1 juli 2024 groepshuisvesting voor zeugen verplicht gesteld wordt, maar dat deze toch al weinig ambitieuze deadline zeer waarschijnlijk niet gehaald gaat worden?

Antwoord

Een aanzienlijk deel van de dierenwelzijnseisen wordt in Canada niet op federaal niveau vastgesteld en loopt daarmee per provincie en territorium uiteen. Ten aanzien van de regulering van het dierenwelzijn in de varkenshouderij in Canada wordt op federaal niveau de Pig Code of Practice aangehouden, waar ook in de rechtbank aan kan worden gerefereerd.[2] Codes of Practice worden opgesteld in consensus onder alle belanghebbenden in Code Development Committees die zijn opgericht op basis van de richtsnoeren van de National Farm Animal Care Council (NFACC). Op p. 11 van deze code worden de huidige en aankomende vereisten uiteengezet. Daarin staat dat groepshuisvesting voor zeugen voor de Canadese varkenshouderij op 1 juli 2024 verplicht gesteld wordt. Over het halen van de deze datum kan ik geen uitspraken doen. Wel kan ik aangeven dat wanneer een Code of Practice is ontwikkeld, alle belanghebbenden zich committeren aan de implementatie van die Code.

Vraag 4

Kunt u bevestigen dat het brandmerken van runderen in Canada nog steeds is toegestaan?

Antwoord

Ten aanzien van de regulering van het dierenwelzijn in Canada wordt op federaal niveau de Code of Practice for the Care and Handling of Beef Cattle aangehouden, waar ook in de rechtbank aan kan worden gerefereerd .[3] Codes of Practice worden opgesteld in consensus onder alle belanghebbenden in Code Development Committees, die zijn opgericht op basis van de richtsnoeren van de National Farm Animal Care Council (NFACC). Op p. 22 van deze code worden de huidige vereisten ten aanzien van identificatie van dieren uiteengezet. Voor de verschillende provincies en territoria is lokale wetgeving van toepassing waarvan ik twee voorbeelden in de voetnoten heb opgenomen. [4]

Vraag 5

Kunt u bevestigen dat varkens in Canada 28 uur aaneengesloten vervoerd mogen worden, zonder voedsel, water en mogelijkheid te rusten?

Antwoord

Dierenwelzijnseisen aan het vervoer van dieren zijn opgenomen in de federale wet- en regelgeving in Canada. Nadere toelichting en juridische inkadering van de vereisten is opgenomen in deHealth of Animals Regulations, o.m. in deel XII. [5] Per februari 2020 wordt de regelgeving voor diergezondheid en dierenwelzijn tijdens het gehele transportproces, aangescherpt. [6] In het impact assessment bij de aanpassing van de Health of Animals Regulations wordt vermeld dat deze wijzigingen de vereisten meer in lijn brengen met Nieuw-Zeeland, Australië, de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Via CETA is het mogelijk om in gesprek te blijven met Canada over dierenwelzijnseisen. Op 14 december 2018 is door de covoorzitters van het CETA Regulatory Cooperation Forum onder andere gesproken over onderwerpen voor het werkplan van het Forum. [7] Daarbij is afgesproken om het lange-afstand-transport van dieren als eerste onderwerp voor dierenwelzijn op te pakken. In het geactualiseerde werkplan staat een nadere planning en de voortgang van de activiteiten. [8]

Vraag 6

Kunt u bevestigen dat runderen, schapen en geiten in Canada 36 uur aaneengesloten vervoerd mogen worden, zonder voedsel, water en mogelijkheid te rusten?

Antwoord

Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 5, wordt per februari 2020 de regelgeving voor diergezondheid en dierenwelzijn tijdens het gehele transportproces, aangescherpt. [9] Met deze aanpassing dienen de dieren regulier gecontroleerd te worden zodat een dier voldoende voedsel krijgt om ondervoeding te voorkomen, voldoende water krijgt om uitdroging te voorkomen en voldoende rust krijgt om uitputting te voorkomen.

Vraag 7

Kunt u de stelling van LTO Nederland, Team Agro NL en De Nederlandse Akkerbouwers Vakbond, zoals geuit bij het rondetafelgesprek over CETA op 6 november jl., onderschrijven dat dierenwelzijnseisen in Canada lager zijn dan in Europa, dat dit echter geen belemmering vormt om producten uit de Canadese veehouderij naar Europa te exporteren en dat derhalve het gelijke speelveld voor Europese boeren in het CETA-verdrag niet gegarandeerd is?

Antwoord

Ik neem kennis van de stellingen zoals ingenomen door de deelnemers aan de rondetafelbijeenkomst. Voor producten van deelsectoren die kwetsbaar zijn in de landbouw, mede door verschil in eisen ten aanzien van dierenwelzijn, pleitte de SER[10] al voor tariefquota, een geleidelijke verlaging van tarieven of aanvullend flankerend beleid. Deze mogelijkheid is in CETA terug te vinden. Zo zijn kippen- en kalkoenvlees, eieren en ei-producten uitgesloten van tariefliberalisatie en zijn zuivel, varkensvlees, rundvlees, bizonvlees, verwerkte garnalen, bevroren kabeljauw, tarwe en ingeblikte maïs beschermd via tariefquota. Zoals ik heb genoemd in mijn antwoord op vraag 5 wordt in het werkplan van het CETA Regulatory Cooperation Forum onder andere overlegd over dierenwelzijnseisen.

Vraag 8

Wat vindt u van de stelling van professor Brakman, zoals geuit bij het rondetafelgesprek over CETA op 6 november jl., dat de bezwaren over verschillen in dierenwelzijnseisen tussen Canada en Europa weliswaar mogelijk terechte bezwaren zijn, maar dat ongelijke speelvelden juist specialisatie in de hand werken en daardoor goed zijn voor internationale handel? Wat vindt u van zijn stelling dat lagere dierenwelzijnseisen in Canada comparatieve voordelen voor dat land oplevert?

Antwoord

Ik heb kennisgenomen van de stelling van dhr. Brakman. In vraag 7 ben ik nader ingegaan op dierenwelzijnseisen en tariefquota. Met deze maatregelen is mogelijk concurrentievoordeel voor deze producten op deze gronden verminderd of uitgesloten. Ten aanzien van comparatieve voordelen dient in het oog te worden gehouden dat los van de wijze van tariefsbehandeling, dierenwelzijn, samen met arbeidsrechten en milieubescherming, slechts een onderdeel van de totale productiekosten vormt. Als onderdeel van de totale productiekosten kan verder worden gedacht aan kosten van kapitaal (land, gebouwen, machines), input (energie, grondstoffen, voeding), belastingen en productregulering. Onder de Europese wet- en regelgeving zijn Europese landbouwproducenten met de huidige dierenwelzijnseisen nog steeds zeer concurrerend. Dit wordt bevestigd in recent onderzoek van de Europese Commissie.[11] Ook is het zo dat in de Interne Markt - de grootste en meest succesvolle afzetmarkt voor de Nederlandse landbouw - verschillen bestaan, omdat Nederland in een aantal gevallen hogere standaarden oplegt dan de Europese wetgeving vereist.

Vraag 9

Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden en binnen de gebruikelijke termijn naar de Kamer sturen?

Antwoord

Eerder heb ik u een bericht van uitstel van beantwoording doen toekomen, gezien inderdepartementale afstemming meer tijd ingenomen heeft. [12] De vragen zijn, zoals u hebt verzocht, afzonderlijk beantwoord.



[1] Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden

[5] https://laws-lois.justice.gc.ca/PDF/C.R.C.,_c._296.pdf

[7] http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2019/february/tradoc_157679.pdf

[10] SER-advies 16-04.

[11] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/en/TXT/?uri=CELEX%3A52018DC0042

[12] Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2019-2020, nr. 1265.


Gerelateerd

De lagere dierenwelzijnsstandaarden in Canada, naar aanleiding van het rondetafelgesprek over het EU-Canada-vrijhandelsverdrag CETA van 6 november 2019

De gevolgen van CETA voor onze rechtsstaat, onze soevereiniteit en de landbouw

De investeringen van Nederlandse pensioenfondsen in controversiële wapenhandel

Het CETA-verdrag dat afbouw gaswinning in de weg staat

Gepensioneerden met een lager inkomen die arm zijn of moeilijk rond kunnen komen

Mogelijke sluipende bevoegdheidsoverdracht door CETA

Het bericht dat het CETA verdrag lokaal beleid bedreigt

Het bericht dat Italië weigert CETA te ratificeren

© 2017-2020 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl