Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van de leden Kwint en Van Meenen over het bericht dat ondanks extra geld mbo-docenten in de laagste salarisschaal terechtkomen



Antwoord op vragen van de leden Kwint en Van Meenen over het bericht dat ondanks extra geld mbo-docenten in de laagste salarisschaal terechtkomen

Keywords:
Zaaknummer: 2019D39781

Hierbij zend ik u het antwoord op de vragen van de leden Kwint (SP) en Van Meenen (D66) over het bericht dat ondanks extra geld mbo-docenten in de laagste salarisschaal terechtkomen.

De vragen werden mij toegezonden bij brief met kenmerk 2019Z18777.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Ingrid van Engelshoven


2019Z18777

Vragen van de leden Kwint (SP) en Van Meenen (D66) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat ondanks extra geld mbo-docenten in de laagste salarisschaal terechtkomen

1 Hoe beoordeelt u het gegeven dat het aantal docenten in de laagste schaal is toegenomen en dat tegelijkertijd de financiële reserves van instellingen groeien? 1)

De afgelopen jaren is het totaal aantal docenten in het mbo toegenomen. De toename van het aantal docenten in de laagste schaal kan veel verschillende redenen hebben. Het kan bijvoorbeeld te maken hebben met het vertrek van oudere docenten, waar jongere docenten die (voorlopig) instromen in een lagere schaal, voor in de plaats zijn gekomen. Er is geen directe link te zien met de financiële reserves die instellingen hebben.

We zien dat de afgelopen jaren de financiële reserves bij mbo-instellingen oplopen, bijvoorbeeld met als doel om te investeren in huisvesting in verband met het Klimaatakkoord. Daarom doet de Inspectie van het Onderwijs op dit moment hier nader onderzoek naar (waarvan de resultaten in het voorjaar van 2020 bekend zullen zijn) en voer ik op het moment het gesprek met de sector om de reserves beter in verhouding te brengen met de specifieke risico’s die er zijn, om zo te voorkomen dat mbo-instellingen grotere reserves aanhouden dan nodig. [1] Later deze maand maar wel voor de begrotingsbehandeling van OCW zullen de minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media en ik u een brief sturen met daarin de cijfers over de financiële posities van onder andere de mbo-instellingen in 2018.

2 In hoeverre zijn de financiële reserves van mbo-instellingen direct inzetbaar voor salarissen van docenten in het mbo? Zit er mogelijk al een bestemming vast aan de reserves?

Hierop is geen eenduidig antwoord te geven, omdat er tussen instellingen grote verschillen te zien zijn in zowel de omvang van de reserves als in waarom deze reserves er zijn. Wel geldt dat in z’n algemeenheid dat reserves niet worden ingezet voor collectieve salarisverhogingen. Individuele werkgevers kunnen uit de reserves eventueel wel individuele toelagen of salarisverhogingen toekennen.

3 Wat is uw reactie op het rapport ‘De functiemix in het mbo, een verkenning’ van het Platform Medezeggenschap mbo?

Ik vind het positief dat ondernemingsraden kritisch zijn op of en hoe afspraken worden doorvertaald binnen de mbo-instellingen. Dit maakt deel uit van het takenpakket van een ondernemingsraad.

Wat betreft dit rapport geldt dat de resultaten zijn gebaseerd op openbare gegevens. Dat betekent echter niet dat de middelen die beschikbaar zijn vanuit het convenant Leerkracht niet door de instellingen zijn en worden besteed aan de doelen waarvoor zij het hebben ontvangen.

4 Wat is uw reactie op de uitspraak van de MBO Raad dat de aannames die het platform neerzet in haar verkenning onjuist zijn en zeer schadelijk voor het mbo als geheel? 2)

Deze uitspraak laat ik aan de MBO Raad. Ik ga wel graag het gesprek aan met de MBO Raad en de vakbonden over de uitkomsten van de verkenning van het Platform Medezeggenschap mbo.

5) Herkent u de analyse in dit rapport dat extra geld niet besteed is aan het betalen van meer docenten op een hoger functieniveau? Zo niet, waarom niet? Zo wel, wat zegt dit volgens u over het functioneren van de medezeggenschap op mbo-instellingen?

Ik deel deze analyse niet. Het extra geld dat op basis van het convenant Actieplan Leerkracht van Nederland beschikbaar wordt gesteld, wordt volgens de verantwoording van de mbo-instellingen besteed waaraan het moet worden besteed, bijvoorbeeld voor het plaatsen van docenten in een hogere schaal en het aannemen van extra onderwijsgevenden. Het is goed dat de medezeggenschap daar binnen de betreffende instelling alert op is en blijft en indien nodig haar bestuurders er op aan spreekt, wanneer dit in de toekomst niet meer zo is.

Daarbij geldt dat er ook onderscheid gemaakt moet worden tussen scholen binnen en buiten de Randstad. Immers, alleen de mbo-scholen binnen de Randstad (26 van de 65 mbo-scholen) hebben extra middelen ontvangen voor het verhogen van het aantal docenten in hogere schalen. Bij deze scholen is sinds 2008 wel een stijging van het aantal docenten met een LC- en LD-schalen.

6 Indien u de analyse vanuit dit rapport herkent, bent u bereid stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat het voor docenten gereserveerde geld hier alsnog terechtkomt?

Zoals gemeld bij het antwoord op vraag 5, deel ik deze analyse niet.

7 Wat is uw inzet bij het gesprek met de MBO Raad, aangezien zij de conclusies van het Platform Medezeggenschap niet onderschrijven?

Het doel van het gesprek met de ondertekenaars van het convenant is om te achterhalen of alle ambities uit het convenant zijn behaald en zo nee, wat daarvoor dan de redenen zijn. De afspraken waar het gaat om het terugbrengen van het aantal periodieken per schaal in de cao en de koppeling tussen het toekennen van periodieken en de cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken zijn behaald. Tegelijkertijd zien we dat, terwijl het extra geld wel wordt besteed aan de geformuleerde doelen en het totaal aantal docenten in de sector toeneemt, het percentage docenten in de LB-schaal is toegenomen, terwijl het percentage docenten in hogere schalen juist daalt. In het gesprek zal duidelijk moeten worden wat de reden hiervan is. Afhankelijk van de uitkomsten van dit overleg, zal nader bezien worden welke vervolgacties nodig zijn. Daarbij is ook relevant dat er voor 2020 al een evaluatie gepland stond voor de salarismix in de randstadregio’s in het mbo.

8 Bent u voornemens om enkel met de MBO Raad in gesprek te gaan of zijn er nog andere partners waarmee u het gesprek hierover aangaat?

Ik ben voornemens om in ieder geval het gesprek aan te gaan met de partijen met wie in 2008 het convenant is afgesloten, zijnde (wat betreft het mbo) de MBO Raad en de vakbonden.

1) De Volkskrant, 1 oktober 2019 (https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/aantal-mbo-docenten-in-laagste-salarisschaal-gestegen-ondanks-extra-geld~b2871d4b/?utm_source=link&utm_medium=app&utm_campaign=shared%20content&utm_content=free).

2 https://www.mboraad.nl/nieuws/mbo-raad-nodigt-vakbonden-uit-voor-spoedoverleg-over-aannames-platform-medezeggenschap-mbo



[1] Kamerstukken II, 2018-2019, 35000-VIII, nr. 145.


Gerelateerd

Het bericht dat ondanks extra geld mbo-docenten in de laagste salarisschaal terechtkomen

Het bericht dat 20 procent van de startende docenten in het mbo na één jaar uitstroomt

Het EenVandaag-onderzoek: ‘Mbo-studenten willen graag een titel’

Het bericht dat bijna de helft van alle mbo-scholieren zegt dat ze boeken en materiaal moeten kopen voor hun opleiding die ze daarna nooit meer gebruiken

Het artikel ‘Vraag naar personeel met mbo-opleiding stijgt snel op banensites’

Het bericht "Waar blijven die extra uni-docenten?”

Overhaaste studiekeuze in het mbo door numerus fixus

Het bericht van Radar dat er klachten binnen komen van ouders die zich zorgen maken over de studievoortgang van hun kinderen

© 2017-2019 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl