Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Beckerman over journalistiek onderzoek naar kleine gasvelden in Noord-Nederland



Antwoord op vragen van het lid Beckerman over journalistiek onderzoek naar kleine gasvelden in Noord-Nederland

Keywords:
Zaaknummer: 2019D34549

Geachte Voorzitter,

Op 12 juli 2019 heeft het lid Beckerman (SP) vragen (met kenmerk 2019Z15018) gesteld over journalistiek onderzoek naar kleine gasvelden in Noord-Nederland.

In aanvulling op de vragen van lid Beckerman heeft op 12 juli 2019 het lid Nijboer (PvdA) vragen gesteld (met kenmerk 2019Z15019) over het bericht dat kleine gasvelden in Noord-Nederland versneld worden leeggehaald.

Eveneens in aanvulling op de vragen van het lid Beckerman heeft op 15 juli 2019 het lid Sienot (D66) vragen gesteld (met kenmerk 2019Z15120) over de berichtgeving ‘Canadees bedrijf zou veel meer gas winnen uit veld Diever dan toegestaan’.

Op 15 juli 2019 heeft het lid Beckerman (SP) vragen gesteld over het strafrechtelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie naar het overschrijden van dagvolumes (kenmerk 2019Z15118).

De beantwoording van deze vragen vindt u in de bijlagen.

Eric Wiebes

Minister van Economische Zaken en Klimaat


2019Z15018

1

Kent u het onderzoek van 11 juli 2019 van vier regionale omroepen over het onderzoek naar kleine gasvelden? Wat is daarop uw reactie?

Antwoord

Nee, het onderzoek ken ik niet. Ik heb wel kennis genomen van de berichten in de media daarover.

2

Waarom hebt u besloten meer gas te winnen dan eerder vergund was?

3

Waarom besluit u de periode van de winning in te korten?

Antwoord op vraag 2 en 3

De veronderstelling dat er meer aardgas gewonnen wordt uit kleine velden dan oorspronkelijk vergund en dat de kleine velden versneld worden leeggehaald, is onjuist. Ook uit de jaarverslagen die TNO jaarlijks publiceert blijkt dat de totale gasproductie uit de kleine velden elk jaar afneemt.

In 2018 bedroeg de productie uit de kleine gasvelden op land 5,1 miljard Nm3 en is hiermee 0,9 Nm3 lager dan in 2017. De productie uit gasvelden op het continentaal plat bedroeg in 2018 11,1 miljard Nm3 en is hiermee 1,2 miljard Nm3.lager dan in 2017. De gasproductie op land en het continentaal plat liggen hiermee in 2018 respectievelijk 14,6% en 9,5% lager dan in 2017. Het meest recente jaarverslag van TNO is te vinden https://www.nlog.nl/nieuws/jaarverslag-delfstoffen-en-aardwarmte-2018-online.

Voor een individueel veld kan dit anders zijn. Indien een mijnbouwbedrijf veranderingen en/of overschrijdingen ten opzichte van bestaande winningsplannen verwacht, moet er een gewijzigd winningsplan worden ingediend.

Ook worden soms nieuwe gasvelden, waarvoor eerder een opsporings- en winningsvergunning is afgegeven, in productie genomen. Dit zijn veelal velden die eerder ontdekt zijn, maar nu pas in productie worden genomen.

In een winningsplan beschrijft een mijnbouwbedrijf een aantal scenario’s hoe de winning van het gasveld naar verwachting zal verlopen. De scenario’s beschrijven de verwachte productievolumes per jaar, het verwachte aantal jaren dat de winning in beslag zal nemen en het totale maximaal te winnen aardgas uit het veld. De totale drukdaling in het veld, de gassamenstelling en de snelheid waarmee de druk daalt, zijn enkele parameters die uiteindelijk bepalend zijn voor de daadwerkelijk behaalde productievolume en de productieduur.

Als ik van een mijnbouwbedrijf een gewijzigd winningsplan ontvang, beoordeel ik dit winningsplan mede op basis van de adviezen van TNO, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en de decentrale overheden en leg ik het ontwerp-instemmingsbesluit ter inzage voor zienswijzen.

4

Waarom worden oude putten niet afgesloten, maar juist weer in gebruik genomen?

Antwoord

Bestaande productieputten worden afgesloten op het moment dat de putten geen functie meer kunnen hebben. Wanneer er nog aardgas uit het veld gewonnen kan worden, worden putten in stand gehouden om (her)gebruikt te kunnen worden. Een put kan bijvoorbeeld tijdelijk niet gebruikt worden, omdat de druk in de transportleiding hoger is dan de druk in het gasveld. Op het moment dat de druk in de gasleiding weer is gedaald, kan de put weer opengezet worden en het resterende gas uit het gasveld gewonnen worden. Eveneens kan een put gebruikt worden om een sidetrack te kunnen boren naar een ander deel van het veld, zonder dat er een geheel nieuwe boorput aangelegd hoeft te worden.

Uiteraard ziet SodM erop toe dat de integriteit van de (her)gebruikte putten gewaarborgd is.

5

Hoeveel gas wordt er per veld gewonnen? Welk afbouwplan is er per veld? Kunt u dat in een overzicht weergeven?

Antwoord

De hoeveelheid aardgas die maandelijks per gasveld gewonnen wordt, wordt sinds 2003 gepubliceerd op www.nlog.nl. Het mijnbouwbedrijf moet uiterlijk vier weken na iedere kalendermaand deze gegevens verstrekken. TNO zorgt dat deze gegevens uiterlijk vier weken daarna worden gepubliceerd, zoals is vastgelegd in het Mijnbouwbesluit. De maximale hoeveelheid aardgas die gewonnen mag worden uit een gasveld, is beschikbaar op nlog.nl onder het tabblad data/productie- en injectiedata.

In mijn brief van 30 mei 2018 (Kamerstuk 33529, nr. 469) over kleine gasvelden heb ik het verloop van de gaswinning uit kleine velden geschetst, inclusief een figuur die een overzicht geeft op de afnemende productie .

6

Geldt het meer en sneller winnen van gas alleen voor het Noordoosten, of ook voor de rest van Nederland? Kunt u gegevens van overige velden ook in het overzicht uit vraag vijf meenemen?

Antwoord

De veronderstelling dat er ‘meer en sneller’ aardgas wordt gewonnen in Nederland is onjuist. Dit neemt niet weg dat er kleine gasvelden zijn waarvan de winning recent is opgestart of nog opgestart moet worden. Zie ook de antwoorden op vragen 2 en 3.

7

Wat gaat u doen voor omwonenden die zich grote zorgen maken?

Antwoord

Ik besef dat de gaswinning in Nederland zeer gevoelig ligt, ook uit de kleine velden. Hierbij zijn veiligheid en de afhandeling van schade belangrijke factoren. Ik begrijp deze zorgen heel goed. Dat wat in Groningen is gebeurd, heeft ook impact op de gaswinning in de rest van Nederland. Ook al zijn de risico’s anders en is de omvang niet vergelijkbaar, neemt dit vaak niet de zorgen weg. Het is belangrijk om vooraf duidelijkheid te krijgen over de risico’s. Daarom moeten mijnbouwmaatschappijen een risicoanalyse te maken die onder meer door SodM en de Mijnraad wordt beoordeeld. Omwonenden worden, voordat ik een besluit neem, in de gelegenheid gesteld een reactie te geven. Tijdens informatieavonden kunnen zij vragen stellen aan mensen van mijn ministerie, SodM, TNO en de mijnbouwmaatschappij zelf. Verder werk ik aan een nieuwe website rond de vergunningaanvragen. Ook is de vindbaarheid van informatie op de websites van TNO en KNMI verbeterd en heeft TNO wijzigingen en verduidelijkingen aangebracht in het jaarverslag ‘Delfstoffen en aardwarmte in Nederland’.

Een mijnbouwmaatschappij krijgt alleen toestemming om gas te winnen als het veilig kan. En als er toch sprake is van schade door de gaswinning, dan moet vooraf duidelijkheid bestaan over de afhandeling hiervan. Ik werk aan een landelijke aanpak van de schadeafhandeling voor kleine velden.

8

Hoe verklaart u de uitkomsten van dit onderzoek na uw belofte in uw brief van 30 mei 2018 (Kamerstuk 33529, nr. 469), waarin u aangeeft te kiezen voor een gestage afbouw voor de kleine velden?

Antwoord

Zie de beantwoording op vragen 2 en 3.

9

Welke lessen uit Groningen heeft u geleerd die u in die brief noemt? Hoe heeft u die lessen toegepast?

Antwoord

De aangehaalde brief gaat over de gaswinning uit de kleine velden in het licht van de energietransitie. In deze brief geef ik aan naar de lessen uit de Groningse praktijk te kijken die ook op kleine velden toegepast kunnen worden. Een van deze lessen betreft de noodzaak voor een adequate, uniforme en onafhankelijke schadeafhandeling. Momenteel wordt de landelijke aanpak van schadeafhandeling voor mijnbouwactiviteiten buiten Groningen (en Norg) uitgewerkt. Een ander punt waarop voor de kleine velden lering is getrokken uit de Groningse praktijk is dat voorafgaand aan de winning voor nieuwe gasvelden op land en bij essentiële wijzigingen in de productie van bestaande gasvelden op land, met een Seismische Risico Analyse (SRA), nauwkeurig in kaart wordt gebracht wat de effecten en risico’s zijn. En ook dat daarover open en transparant en in een vroegtijdiger stadium met burgers en decentrale overheden wordt gecommuniceerd.

10

Wat betekent in uw brief: “alleen als het veilig kan?”

Antwoord

De brief benadrukt het belang van veiligheid en constateert daarbij tegelijk het feit dat risico’s nooit helemaal weggenomen kunnen worden. Veiligheid kan worden omschreven als een situatie waarin, na het uitvoeren van preventieve en mitigerende maatregelen, het resterende veiligheidsrisico een aanvaardbaar laag niveau heeft in verhouding tot de maatschappelijke waarde van desbetreffende activiteit. Ik heb mijn oordeel over veiligheid van de gaswinning uit kleine velden gebaseerd op de inschatting van deskundigen (TNO, Tcbb, SodM). In de praktijk blijkt dat gaswinning uit kleine velden inderdaad veilig is.

11

Wat is terechtgekomen van de belofte in uw brief dat er werd gezorgd voor financiële zekerheden, zodat operators te zijner tijd kunnen voldoen aan hun verwijderingsverplichting?

Antwoord

Door afnemende olie- en gasreserves in de ondergrond en de transitie naar een duurzame energievoorziening zal in de komende 10 tot 20 jaar een aanzienlijk deel van de olie- en gasinfrastructuur (mijnbouwwerken, platforms, putten, kabels en pijpleidingen) moeten worden verwijderd, tenzij er mogelijkheden zijn voor hergebruik, zoals opslag van CO 2, de productie van waterstof of geothermie. Er zijn voldoende waarborgen nodig om zeker te stellen dat mijnbouwbedrijven over de nodige financiële middelen beschikken om de infrastructuur te kunnen verwijderen. Ik heb daartoe een voorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in voorbereiding. Dit wetsvoorstel heb ik inmiddels voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Na ontvangst hiervan zal ik dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk indienen bij uw Kamer. Ik verwacht dat dit, afhankelijk van het advies van de Raad van State, in oktober 2019 zal zijn. Met dit wetsvoorstel worden de bestaande artikelen in de Mijnbouwwet over het verwijderen en hergebruiken van mijnbouwwerken en de in dat kader door mijnbouwondernemingen te stellen financiële zekerheden verduidelijkt, geactualiseerd en aangevuld. Het wetsvoorstel voorziet in een systeem van transparante en robuuste financiële waarborgen en adequate monitoring daarvan ter nadere invulling van de bestaande bepalingen.

12

Wat is terechtgekomen van de belofte in uw brief dat er werd gezorgd voor het verbeteren van de schadeafhandeling? Wat merken inwoners in Nederland met schade van de onafhankelijke, landelijke afhandeling van mijnbouwschades? Hoeveel mensen hebben hier al gebruik van gemaakt en zijn tevreden met die afhandeling?

Antwoord

Ik heb uw Kamer het afgelopen jaar met zes brieven [1] geïnformeerd over mijn vorderingen om te komen tot de gewenste onafhankelijke landelijke afhandeling van mijnbouwschades. Deze brieven illustreren de ambitie om deze schadeafhandeling nu voor eens en altijd goed te regelen, maar ook de complexiteit van dit traject. Alhoewel ik verwacht dat de Commissie Mijnbouwschade niet eerder dan medio 2020 operationeel zal kunnen zijn, span ik mij in de tussentijd ook in voor een goede afhandeling van oude schademeldingen.

13

Wat is terechtgekomen van de belofte in uw brief dat er een bijdrage aan de omgeving werd geleverd? Kunt u praktische voorbeelden noemen waar mensen gecompenseerd zijn voor de last die zij ondervinden van de gaswinning?

Antwoord

Het leveren van een bijdrage aan de omgeving door mijnbouwprojecten past binnen de gedragscode ‘Gaswinning kleine velden’ zoals die door NOGEPA is opgesteld en is ondertekend door de mijnbouwbedrijven. Praktische voorbeelden van bijdragen aan de omgeving zijn te vinden op de websites van de mijnbouwbedrijven.

Zoals uiteengezet in mijn brief van 8 juli 2019 (Kamerstuk 32849, nr. 188) stimuleer ik tevens omgevingsprocessen die leiden tot een verbeterde afstemming tussen de lokale inspanningen van de mijnbouwonderneming en de behoeften van omwonenden en tot gebiedsarrangementen. In een dergelijk omgevingsproces wordt onder andere ingegaan op hoe mijnbouwontwikkelingen van waarde kunnen zijn voor het winningsgebied.

Het opstellen van een zogenaamd projectafstemmingsprogramma bij nieuwe activiteiten voor de gaswinning uit kleine velden, zoals dat nu al gedaan wordt door de mijnbouwonderneming samen met de omgeving en is opgenomen in de gedragscode van de sector, past in deze context. Alhoewel er dus concrete resultaten worden geboekt, is de vormgeving van het omgevingsproces ook nog volop in beweging. Hierin worden lessen uit relevante pilots ook meegenomen. Ik denk hierbij aan de lessen die voortvloeien uit de in januari 2019 succesvol afgeronde besluitvorming over de pilot zoutwinning Harlingen en de nog lopende omgevingspilot rond de eventuele gaswinning Ternaard.

14

Wat is terechtgekomen van de belofte in uw brief dat de lokale overheden werden betrokken bij de gaswinning en de bredere energietransitie? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 21 december 2018 zet ik nadrukkelijk in op een betere communicatie met gemeenten en met inwoners. Deze afstemming krijgt concreet vorm in onder andere de diverse overleggen die gevoerd worden met lokale overheden als onderdeel van de vergunningprocedures rond mijnbouwaanvragen. Daarnaast vindt periodiek informeel overleg plaats in het bestuurlijk platform mijnbouwgemeenten, waarbij wordt getracht de behoeften vanuit gemeenten en de inspanningen vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ten aanzien van het gebruik van de diepe ondergrond beter op elkaar af te stemmen. Momenteel onderzoek ik ook de wensen en mogelijkheden voor verdere reguliere afstemming met mijnbouwgemeenten hierover. Ook over het landelijk schadeprotocol, waaraan op dit moment hard wordt gewerkt, vindt afstemming plaats met gemeenten.

Tot slot zal de komende periode ook in het kader van de Regionale Energie Strategieën nog uitvoerig worden gesproken met lokale en regionale overheden over hun rol in de bredere energietransitie.

15

Kunt u in een schema overzichtelijk maken hoeveel het gas in het Groningenveld de afgelopen zeven jaar is afgebouwd? Kunt u in dat schema overzichtelijk maken hoeveel gas er in dezelfde periode uit kleine velden is gehaald? Kunt u tevens meenemen in dat schema wat de opbrengsten zijn geweest en wat de prognose is voor komende vijf jaar?

Antwoord

In de jaarverslagen van mijn ministerie die aan uw Kamer worden gestuurd zijn de gasbaten en de volumes over meerdere jaren overzichtelijk terug te vinden. Ook worden jaarlijks in de Rijksbegroting de prognoses over meerdere jaren gepresenteerd.

Onderstaande tabellen zijn hier een samenvatting van.

Tabel aardgasbaten en volumes*

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aardgasbaten (in k€)

11.839.743

13.342.665

10.505.291

6.424.910

1.926.754

2.373.989

1.461.955

Volume kleine velden (in mld nM3)*

26

26

24

22

20

18

16

Volume Groningenveld (in mld nM3)*

48

54

42

28

28

24

19

Tabel prognoses aardgasbaten en volumes**

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Aardgasbaten (in mld€)

1,55

1,47

1,10

0,80

0,56

0,36

Volume kleine velden (in mld nM3)*

16

16

14

12

10

10

Volume Groningenveld (in mld nM3)*

18

15

11

7

4

3

*getallen zijn afgerond

**De cijfers voor het Groningenveld (baten én volume) zijn nog gebaseerd op de raming van GTS van 31 januari 2019. Het kabinet streeft ernaar de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk te beperken en onderzoekt nu mogelijkheden om al volgend gasjaar de gaswinning nog verder te beperken. Een verdere versnelling van het basispad zal vervolgens in de volumes en de aardgasbaten worden verwerkt.

16

Baseert u uw besluiten op lagere inkomsten uit het Groningenveld? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

De verminderde gaswinning uit het Groningenveld staat volledig los van de gaswinning in de kleine velden. Van afwenteling van de verminderde gaswinning in Groningen op andere gebieden is geen sprake.



[1] 30 mei 2018 (Kamerstuk 32 849, nr. 132), 9 oktober 2018 (Kamerstuk 32 849, nr. 137), 21 december 2018 (Kamerstuk 32 849, nr. 156), 2 april 2019 (Kamer­stuk 32 849, nr. 181), 21 mei 2019 (Kamerstuk 32 849, nr. 187) en 8 juli 2019 (Kamerstuk 32 849, nr. 188).


Indiener

Eric Wiebes (VVD)


Gericht

Sandra Beckerman (SP)


Access ( 10903 )

Publicatiedatum
6 September 2019



Gerelateerd

Het journalistiek onderzoek naar kleine gasvelden in het Noordoosten van Nederland

Het bericht ‘NAM wil productiewater Schoonebeek injecteren in Drentse gasvelden’

Het journalistiek onderzoek naar kleine gasvelden in het Noordoosten van Nederland

Transparantie en duidelijkheid bij nieuwe kleine gasvelden

Het artikel ‘NAM wil productiewater Schoonebeek injecteren in Drentse gasvelden’

Het bericht dat kleine gasvelden in Noord-Nederland versneld worden leeggehaald

Het injecteren van afvalwater in Twente en Zuidoost-Drenthe.

Het artikel ‘Nederland zal veel eerder en veel meer gas moeten importeren dan tot nu werd gedacht’

© 2017-2021 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl