Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Remco Dijkstra over de artikelen ‘Failliete rijschoolhouder blijkt spoorloos’, ‘Rijschoolhouder Ferry A. failliet’ en ‘Verdwenen rijschoolhouder neemt onbetaald personeel verschrikkelijk in de maling’



Antwoord op vragen van het lid Remco Dijkstra over de artikelen ‘Failliete rijschoolhouder blijkt spoorloos’, ‘Rijschoolhouder Ferry A. failliet’ en ‘Verdwenen rijschoolhouder neemt onbetaald personeel verschrikkelijk in de maling’

Keywords:
Zaaknummer: 2019D32254

Vragen lid Remco Dijkstra (VVD) kenmerk 2019Z14465:

Vraag 1

Kent u de artikelen[1] Failliete rijschoolhouder blijkt spoorloos, Rijschoolhouder

Ferry A. failliet en Verdwenen rijschoolhouder neemt onbetaald personeel

verschrikkelijk in de maling?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de rijschool A. uit Zoetermeer? Is er

inderdaad sprake van een faillissement zoals vandaag op teletekst te lezen valt?

Antwoord 2

Op dinsdag 2 juli 2019 heeft de rechtbank Den Haag het faillissement

uitgesproken.

Vraag 3

Is de heer A. al opgepakt door de Spaanse autoriteiten en/of wordt er een verzoek

gedaan aan Spanje om tot aanhouding, arrestatie en uitlevering over te gaan

zodat de heer A. zich kan verantwoorden voor een Nederlandse rechter?

Antwoord 3

Ik ga niet in op individuele personen en strafrechtelijke zaken.

Vraag 4

Welke mogelijkheden zijn er om foute rijscholen en/of -instructeurs hun

lesbevoegdheid per direct te kunnen ontnemen en te weren uit de

rijschoolbranche?

Antwoord 4

Er is een vorderingenprocedure binnen de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen (WRM)

om het certificaat ongeldig te verklaren ingeval er sprake is van bv. drankgebruik

of gevaarlijk gedrag tijdens de les.

Vraag 5

Wat kan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) doen? Wat doet het

CBR om schade voor cursisten te voorkomen? Worden rijscholen regelmatig

doorgelicht, bijvoorbeeld op het gebied van vakbekwaamheid en financiële

degelijkheid?

Antwoord 5

Het CBR is geen toezichthouder op het functioneren van rijscholen. Het CBR heeft

evenmin een rol bij het voorkomen van financiële schade bij cursisten.

Vakbekwaamheid van de instructeur (didactiek en instructie) is geregeld in de

WRM.

Elke ondernemer is volgens belastingwetregels verplicht voor de BTW een

administratie bij te houden en te bewaren in een voor hen controleerbare boekhouding. Deze voorgeschreven boekhouding is ook noodzakelijk om een

rijschool financieel degelijk kunnen voeren. De Belastingdienst doet incidenteel

controles van de financiële bedrijfsvoering van ondernemingen, zo ook bij

rijscholen.

Vraag 6

Wat kunnen gedupeerde instructeurs en cursisten doen om hun schade te

verhalen? Bij wie kunnen ze zich melden? Is er zicht op hoeveel mensen schade

hebben geleden en in welke omvang?

Antwoord 6

Gedupeerden kunnen hun vordering, vergezeld van bewijsstukken, indienen bij de

curator. De vordering wordt in een later stadium geverifieerd.

Ik heb op dit moment geen zicht op de omvang van de schade. Naar ik begrijp

ontvangt de curator nog dagelijks aanmeldingen van vorderingen. Deze

vorderingen zullen worden geplaatst op de lijst van voorlopig erkende schulden,

maar zullen later nog moeten worden geverifieerd.

Vraag 7

Wat heeft de invoering van de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen (WRM) voor

gevolgen voor verbetering van de kwaliteit van de rijscholen? Waarop zou de WRM

nog aangescherpt kunnen worden?

Antwoord 7

De WRM regelt eisen voor rijinstructeurs en niet op rijschoolniveau. Zoals gemeld

in de Kamervragen ‘onverzekerde lesauto’s’ [2] ben ik in gesprek met de branche,

CBR en IBKI om te bezien op welke aspecten een kwaliteitsimpuls nodig en

mogelijk is.

Vraag 8

Kunt u deze vragen met spoed en op korte termijn beantwoorden?

Antwoord 8

Gelet op de oproep van de Kamer om over deze individuele zaak in gesprek te

gaan met de branche heb ik dat gedaan alvorens deze vragen te beantwoorden.

Dat bood mij de gelegenheid uw Kamer ook meteen te kunnen informeren over de

uitkomsten van dit gesprek.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

drs. C. van Nieuwenhuizen Wijbenga



[2] IENW/BSK-2019/124305


Gerelateerd

© 2017-2022 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl