Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van de leden Karabulut en Ploumen over maatregelen tegen Amerikaanse sancties tegen Iran



Antwoord op vragen van de leden Karabulut en Ploumen over maatregelen tegen Amerikaanse sancties tegen Iran

Keywords:
Zaaknummer: 2019D23275

Hierbij bieden wij u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Karabulut (SP) en Ploumen (PvdA) over maatregelen tegen Amerikaanse sancties tegen Iran. Deze vragen werden ingezonden op 20 mei 2019 met kenmerk 2019Z09979.

De Minister van Buitenlandse Zaken, De Minister voor Buitenlandse Handel

en Ontwikkelingssamenwerking,

Stef Blok Sigrid A.M. Kaag


Antwoorden op de vragen van de leden Karabulut (SP) en Ploumen (PvdA) aan de Minister van Buitenlande Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over maatregelen tegen Amerikaanse sancties tegen Iran

Vraag 1

Kent u het bericht ‘VPRO: EU doet niets om gevolgen Amerikaans sanctieregime tegen Iran af te zwakken’?

Kunt u bevestigen dat van het door de EU ingestelde Blokkadestatuut tot op heden nauwelijks gebruik is gemaakt en Nederland nog niet is begonnen met handhaving op grond van de Europese verordening? Zo nee, wat zijn dan de feiten en cijfers?

Vraag 2

Kunt u toelichten hoe dit statuut werkt dan wel behoort te werken? Hoe kan bijstand verleend worden aan bedrijven die last hebben van Amerikaanse sancties tegen Iran? Hoe wordt voorkomen dat bedrijven handel met Iran stoppen vanwege (dreiging van) Amerikaanse sancties?

Antwoord vragen 1 en 2

Ja, het bericht is bekend. De Europese Unie erkent de onrechtmatige extraterritoriale werking van Amerikaanse sanctiewetgeving niet en heeft om het effect hiervan binnen de EU te beperken de antiboycotverordening ingesteld. In deze verordening is een verbod opgenomen om administratieve besluiten en uitspraken van Amerikaanse rechtbanken die uitvoering geven aan Amerikaanse sanctiewetgeving (zoals opgenomen in de bijlage van de antiboycotverordening) te erkennen of uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast is er een verbod om gevolg te geven aan eisen of verboden, met inbegrip van verzoeken van buitenlandse rechters, die gebaseerd zijn op de in de bijlage van de antiboycotverordening genoemde Amerikaanse sanctiewetgeving. De antiboycotverordening biedt Europese bedrijven ook een rechtsbasis om schade die het gevolg is van de toepassing van de Amerikaanse sanctiewetgeving opgenomen in de bijlage van de antiboycotverordening te verhalen op de veroorzaker, bijvoorbeeld wanneer een andere partij vanwege VS-sancties een contract beëindigt. Nederlandse bedrijven hebben nog geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

Wanneer de gelegenheid zich voordoet wordt de antiboycotverordening besproken met Nederlandse bedrijven. In Nederland is de Douane op grond van de Wet uitvoering antiboycotverordening en de Wet Economische Delicten (WED) bevoegd tot handhaving van de antiboycotverord­­­ening. Als ons signalen bereiken over Nederlandse bedrijven die de verordening overtreden wordt dit aan de Douane doorgegeven. Dit is nog niet voorgekomen. Als een bedrijf kan aantonen dat naleving van de antiboycotverordening de eigen belangen of die van de Unie als geheel ernstig zou schaden, kan bij de Europese Commissie een uitzonderingsverzoek worden ingediend.

De antiboycotverordening staat niet in de weg dat bedrijven omwille van andere overwegingen, bijvoorbeeld van commerciële aard, besluiten om niet langer zaken te doen met bedrijven in Iran. Dat is een zelfstandig oordeel van bedrijven waar het kabinet niet in wenst te treden.

Om verder bijstand te kunnen geven aan bedrijven die legitieme handel willen drijven met Iran hebben het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk het initiatief genomen om een Special Purpose Vehicle (het Instrument for Supporting Trade Exchanges, INSTEX) op te richten. INSTEX is onder andere opgericht om betalingsverkeer met Iran te kunnen faciliteren, vooralsnog voor goederen die buiten de Amerikaanse sancties vallen (zoals humanitaire goederen). Het is tevens een signaal dat onrechtmatige extraterritoriale werking van de Amerikaanse sancties in de EU niet erkend wordt. Nederland heeft consequent steun voor INSTEX uitgesproken en daarnaast aangegeven voornemens te zijn aandeelhouder te worden. Alvorens Nederland daadwerkelijk tot aandeelhouderschap kan overgaan, moet INSTEX eerst goed zijn uitgewerkt. Een definitief besluit zal nog enige tijd in beslag nemen. Uw Kamer zal hierover op de hoogte worden gehouden.

Vraag 3
Acht u deze Amerikaanse sancties illegaal, aangezien ze een extraterritoriale werking hebben? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Onder internationaal recht is de rechtsmacht van staten beperkt en is de uitoefening van wetgevende en rechtsprekende rechtsmacht over bedrijven zonder aanknopingspunt verboden. Toepassing van een sanctieregime door een staat buiten zijn grondgebied op activiteiten die geen wezenlijk verband houden met die staat is derhalve niet toegestaan. Hetzelfde geldt voor het door een staat entameren van juridische procedures bij handhavende instanties, waaronder ook nationale autoriteiten die toezien op sanctieregelingen, tegen bedrijven of andere entiteiten in het kader van activiteiten die geen wezenlijk verband houden met die staat. Daarnaast beperkt internationaal recht de handhavende bevoegdheden van staten tot hun eigen territoir.

Nederland is tegenstander van unilateraal ingestelde extraterritoriale werking van wetgeving van andere landen die in strijd is met internationaal recht. Dit is bijvoorbeeld het geval indien zij Nederlandse bedrijven raken terwijl deze in lijn met Nederlandse en Europese wetgeving handelen en er geen wezenlijk verband bestaat tussen deze bedrijven en, in dit geval, de VS. Ook de EU heeft herhaaldelijk zorgen richting VS uitgesproken over deze extraterritoriale toepassing van sancties.

Vraag 4
Kunt u aangeven welke invloed de Amerikaanse sancties tegen Iran hebben op Europese handel met dat land? Hoeveel (ongeveer) en welke bedrijven zijn gestopt met handel met Iran of hebben anderszins de economische betrekkingen met het land teruggeschroefd of beëindigd?

Antwoord

Sinds de inwerkingtreding van het JCPOA versterkte Nederland stapsgewijs de handelsbetrekkingen met Iran en steeg de Nederlandse export naar dit land van €376 miljoen (2014) naar €1,06 miljard (2017). In welke mate de huidige situatie effect heeft op Nederlandse bedrijven zal per geval verschillen; het kabinet heeft geen cijfers over de handelsactiviteiten van individuele Nederlandse bedrijven met Iran. Met name een aantal grote bedrijven heeft de activiteiten in Iran afgelopen jaar opgeschort. Daarnaast blijven er grotere en kleinere Nederlandse bedrijven actief op de Iraanse markt, hetzij in de vorm van daadwerkelijke handel, hetzij door het onderhouden van contacten. De Nederlandse export naar Iran liep daarbij afgelopen jaar terug naar €718 miljoen. Ook op Europees niveau is deze trend zichtbaar: de goederenexport van de EU naar Iran nam tussen 2017 en 2018 af van €10,8 miljard naar €8,9 miljard.

Vraag 5

Herkent u zich in de analyse dat het statuut, door een interne tegenstrijdigheid, ‘onmogelijk om uit te voeren’ is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie antwoorden op vraag 2 en 3 over de uitvoering van de antiboycotverordening.

Vraag 6

Deelt u de opvatting dat het van groot belang is, zeker tegen de achtergrond van snel escalerende spanningen tussen de VS en Iran, om het nucleaire akkoord met Iran overeind te houden?

Antwoord

Ja. Het bestendigen van het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) blijft van belang voor Nederlandse en Europese veiligheid, omdat het effectief de ontwikkeling van een Iraans kernwapen voorkomt. Zolang het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) geen Iraanse schendingen rapporteert, zal Nederland zich inzetten om het JCPOA te behouden. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat dit het geval is.

Vraag 7

Kunt u zich extra inspannen om het akkoord met Iran overeind te houden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nederland blijft zich onverminderd inspannen voor behoud van het JCPOA, zolang Iran zich aan zijn verplichtingen houdt. Het behoud van het JCPOA is in het veiligheidsbelang van Nederland, omdat het de beste manier is om een Iraans kernwapen te voorkomen, op basis van strikte verificatie door het Internationaal Atoom Energie Agentschap. Wel verwerpt het kabinet het ultimatum dat Iran aan de overige ondertekenaars van de nucleaire deal, waaronder de EU, heeft gesteld. Dit is een onbehulpzame stap zijdens Iran. De Hoge Vertegenwoordiger Mogherini zal in EU-verband verder in blijven zetten op diplomatieke oplossingen.

Vraag 8

Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het algemeen overleg over de Raad Buitenlandse Zaken van 5 juni 2019?

Antwoord

De vragen zijn zo spoedig als mogelijk beantwoord.


Indiener

Stef Blok (VVD)

Sigrid Kaag (D66)


Gericht

Lilianne Ploumen (PvdA)

Sadet Karabulut (SP)


descriptionAccess ( 9495 )

Publicatiedatum
5 Juni 2019



Gerelateerd

Maatregelen tegen Amerikaanse sancties tegen Iran

Het beëindigen van vluchten naar Teheran door KLM en de gevolgen van Amerikaanse secundaire sancties

Nederlandse betrokkenheid bij een cyberaanval tegen Iran

De berichten ‘Belastingproblemen Nederlandse Amerikanen nog niet de wereld uit’ en ‘Snel vraagt banken om meer coulance voor Amerikaanse Nederlanders’

De gevolgen van recente ontwikkelingen in de verhouding tussen Nederland en Iran voor het Nederlandse asielbeleid ten aanzien van Iran

Maatregelen van Duitsland, Frankrijk en het VK om Amerikaanse secundaire sancties te omzeilen

De inbeslagname van een vrachtschip door zowel Groot-Brittannië als Iran

De op Saoedi-Arabië afgevuurde raketten ‘Made in Iran’

© 2017-2019 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl