Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van de leden Kuzu en Azarkan over de situatie van Nederlandse kinderen in Syrië en Irak



Antwoord op vragen van de leden Kuzu en Azarkan over de situatie van Nederlandse kinderen in Syrië en Irak

Keywords:
Zaaknummer: 2018D24885

Antwoorden van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Justitie en Veiligheid op vragen van de leden Kuzu en Azarkan van DENK over de situatie van Nederlandse kinderen in Syrië en Irak



Vraag 1 Bent u bekend met het bericht ‘Grote zorgen over lot van de kinderen van het kalifaat’?
Ja

Vraag 2 Wat is uw reactie op bovenstaande berichtgeving?
De bevolking in Syrië en Irak heeft zwaar te lijden onder de gevolgen van het gewelddadig conflict in hun land. Het is zeer betreurenswaardig dat zich daar ook kinderen van Nederlandse uitreizigers bevinden.

Vraag 3 Kunt u exact aangeven hoeveel Nederlandse kinderen zich op dit moment in Syrië en Irak bevinden?
Er zijn geen exacte cijfers bekend. Uit de onlangs gepubliceerde cijfers van de AIVD, blijkt dat er minstens 175 minderjarigen met een Nederlandse link verblijven in Syrië en Irak.

Vraag 4 Klopt het dat de Nederlandse regering deze kinderen niet actief wil helpen om terug te keren naar Nederland? Zo ja, waarom niet? Zo nee, op welke manier(en) draagt de Nederlandse regering zorg voor deze kinderen?

Vraag 5 Deelt u de mening dat Nederlandse kinderen niet het slachtoffer mogen worden van de keuzes van hun ouders en daarom actief geholpen moeten worden om terug te keren naar Nederland? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 4 en 5
De Nederlandse regering verleent geen consulaire bijstand aan Nederlandse uitreizigers en families die zich in onveilige gebieden in Syrië en Irak bevinden en deze willen verlaten. Wanneer men zich in persoon meldt bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging, kan men daar vragen om consulaire bijstand.

Dit geldt ook voor de kinderen van deze uitreizigers. Nederlandse kinderen zullen worden bijgestaan als ze bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging verschijnen. Tot het moment van de melding in persoon, zijn de ouders primair verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van de kinderen.

Vraag 6 Deelt u de opvatting van onderzoekster Marion van San van de Erasmus Universiteit dat het voor moeders met kinderen nagenoeg onmogelijk is om een Nederlandse post te bereiken en dat de Nederlandse overheid zelf hierin een actieve rol moet gaan spelen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke andere manieren is consulaire bijstand mogelijk voor deze mensen?

Vraag 7 Vindt u niet dat Nederland volgens de internationale verdragen en nationale wetgeving een zorgplicht heeft om de Nederlandse kinderen in Syrië en Irak terug te laten keren? Zo ja, welke maatregelen kan de Nederlandse regering nemen om deze kinderen naar Nederland terug te laten keren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 6 en 7
Het bereik van de Nederlandse overheid in het buitenland is beperkt. Deze kinderen bevinden zich onder meer in kampen in Syrië. In landen, als Syrië, waar Nederland geen ambassade heeft en geen betrekkingen mee heeft, en in het bijzonder in die gebieden waar sprake is van crisis, kan BZ in principe geen bijstand verlenen. De Nederlandse ambassade in Bagdad en het Consulaat-Generaal in Erbil kunnen in Irak, mede gezien de huidige veiligheidsrisico’s in het gebied, slechts zeer beperkte consulaire bijstand verlenen. Verdragen of nationale wetgeving kennen geen algemene plicht daartoe. De Nederlandse overheid hecht groot belang aan de naleving van internationale verdragen waarin rechten en vrijheden van burgers zijn vastgelegd.

Vraag 8 Bent u bereid om met het speciale team van de kinderbescherming in Syrië en Irak samen te werken om de kinderen in Syrië en Irak terug te laten keren naar Nederland? Zo ja, wat voor concrete stappen gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?
De Raad voor de Kinderbescherming staat klaar om kinderen uit het strijdgebied adequaat bij te staan bij terugkeer. Indien bekend is dat minderjarigen terug zullen keren, bereidt de Kinderbescherming zich op deze terugkeer voor met een plan van aanpak voor het kind, tezamen met het regionale casusoverleg en overige ketenpartners. Er is geen speciaal team van de Kinderbescherming in Syrië en Irak.

Antwoord op

De situatie van Nederlandse kinderen in Syrië en Irak (6 februari 2018)
Reactietijd: 69 dagen

Indiener

Stef Blok (VVD)

Ferdinand Grapperhaus (CDA)


Gericht

Tunahan Kuzu (DENK)

Farid Azarkan (DENK)


descriptionAccess ( 2858 )

Publicatiedatum
16 April 2018



Gerelateerd

Terugkeer van Nederlandse vrouwen en minderjarige kinderen in slechte gezondheid in IS-gebied

De Iraakse weigering om IS-strijders uit Syrië te berechten

Het feit dat Nederlandse luchtvaartmaatschappijen tot 8 januari over Irak en Iran bleven vliegen en over de opvolging van aanbevelingen in het OVV-rapport over veilig vliegen over conflict gebieden

Een Nederlandse luchtaanval in Irak waarbij tientallen burgerslachtoffers zouden zijn gevallen

Het bericht ‘Nederland stuurt Yezidi’s terug naar de tentenkampen en dat is tegen de eigen regels zeggen advocaten’

De berichtgeving dat hulpgelden niet terechtkomen bij yezidi’s en christenen

De steun van de Nederlandse regering aan de rebellen in Zuid-Syrië

Een mogelijke nieuwe illegale militaire interventie door Turkije in het noorden van Syrië

© 2017-2020 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl