Tweedemonitor / Kamervraag / Antwoord op vragen van het lid Futselaar over het bericht dat selectie aan de poort niet leidt tot betere studieresultaten



Antwoord op vragen van het lid Futselaar over het bericht dat selectie aan de poort niet leidt tot betere studieresultaten

Keywords:
Zaaknummer: 2018D00839

2017Z14354 Antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Futselaar (SP) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat selectie aan de poort niet leidt tot betere studieresultaten. (ingezonden 27 oktober 2017)



1 Kent u het Trouw-artikel ‘geen betere studenten door selectie’ van 24 oktober jl.? 1) Wat is uw mening over de onderzoeksresultaten van de promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen dat selectie aan de poort bij de studie geneeskunde niet leidt tot betere studieresultaten?
Ja, het Trouw-artikel is mij bekend. Ik vind het onderzoek van de promovendus interessant. Het biedt inzicht in de effecten van selectie aan de poort bij één van de numerus fixus opleidingen die decentrale selectie toepassen. De onderzoeksresultaten van de promovendus naar selectie bij de opleiding geneeskunde1 sluiten aan bij het onderzoek dat Anouk Wouters van de Vrije Universiteit heeft uitgevoerd naar selectie bij de opleiding geneeskunde.2 Zij concludeert onder andere dat de studieresultaten van geselecteerde studenten weinig verschillen van die van ingelote studenten, maar dat selectie wel meer bevlogen studenten aantrekt. Met decentrale selectie wordt het voor opleidingen met een numerus fixus, meer dan voorheen het geval was met centrale loting, mogelijk gemaakt om de student die bij de opleiding past te selecteren. Het gaat bij decentrale selectie dus nadrukkelijk niet enkel om het verbeteren van het studiesucces. Decentrale selectie dient recht te doen aan het feit dat diverse factoren bepalen welke student goed bij een opleiding past. Denk daarbij bijvoorbeeld aan persoonlijkheidskenmerken, motivatie, eerdere onderwijsprestaties van de kandidaat-student en de organisatiekenmerken van de opleiding. Hoewel de eerste geluiden over decentrale selectie positief zijn – studenten zijn beter voorbereid, gemotiveerder en kiezen bewuster3 –, is er op een aantal punten nog onduidelijkheid. Zo vraag ik me af of studenten voldoende op de hoogte zijn van de vervroegde aanmelddatum van 15 januari die voor numerusfixusopleidingen geldt. Daarnaast vraag ik mij af of het bestaan van particuliere stoomcursussen voor selectieprocedures zorgt voor een tweedeling tussen de kandidaat-studenten die deze cursussen wel kunnen en willen betalen en zij die dat niet doen. In de monitoring van decentrale selectie zal ik daarom extra aandacht aan deze punten laten besteden.

2 Kunt u bevestigen dat eerder onderzoek van de Vrije Universiteit van Amsterdam al aantoonde dat de selectie op basis van punten als persoonlijkheidskenmerken, cijfers en motivatie weinig verschil maken, omdat geneeskundestudenten vaak al erg gemotiveerd zijn en de uitvalcijfers laag zijn? 2) Gaat u stappen ondernemen naar aanleiding van de twee genoemde onderzoeken?
Ja, in mijn antwoord op vraag 1 refereer ik aan het onderzoek van Anouk Wouters. Ja, ik ga mede naar aanleiding van deze onderzoeken inzetten op extra monitoring van decentrale selectie, zoals ik in mijn antwoord op vraag 1 heb aangegeven. De onderzoeken hebben overigens betrekking op een beperkt aantal geneeskundeopleidingen en de vraag is in hoeverre de uitkomsten van deze onderzoeken gelden voor andere opleidingen die een numerus fixus kennen. Daarnaast zal ik kennisdeling rond dit thema faciliteren en stimuleren. In dat kader heb ik met de Vereniging Hogescholen en de VSNU afgesproken dat zij kennisdeling rondom selectieprocedures en het effect hiervan op de samenstelling van de instroom faciliteren.4 Als onderdeel van deze kennisdeling ontvangen alle hogescholen en universiteiten, die in studiejaar 2017-2018 een numerus fixus hebben gevoerd, de uitkomsten van het onderzoek van ResearchNed naar kansengelijkheid bij opleidingen met een numerus fixus5 .

3 Deelt u de mening dat de twee onderzoeken hebben aangetoond dat selectie aan de poort bij geneeskunde niet bijdraagt tot betere studieresultaten? Bent u van mening dat op grond hiervan gesteld kan worden dat selectie aan de poort niet werkt? Ziet u hier voldoende reden voor om onderzoek te doen naar de effecten van selectie aan de poort bij verschillende opleidingen?
Zie antwoord op vraag 2.

4 Kunt u inzicht geven in hoe de selectie tot stand komt? Is de selectieprocedure op de verschillende universiteiten hetzelfde? Zo nee, waarom niet?
Een hogeschool of universiteit kan besluiten bij een opleiding een capaciteitsbeperking te voeren. Ik vind het daarbij belangrijk dat het besluit tot het voeren van een numerus fixus adequaat onderbouwd wordt. Zoals in het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ is opgenomen, wil het kabinet het mogelijk maken dat wanneer de onderbouwing niet adequaat is, de minister van Onderwijs het besluit kan blokkeren. De selectieprocedure op de verschillende universiteiten is niet overal hetzelfde. Wanneer een hogeschool of universiteit heeft besloten tot het instellen van een numerus fixus, richt zij een selectieprocedure in. De selectieprocedure moet uit ten minste twee kwalitatieve criteria bestaan. Bij het inrichten van de selectieprocedure wordt uitgegaan van het profiel van de betreffende opleiding en onderwijsinstelling zodat een opleiding met een numerus fixus uiteindelijk de student kan selecteren die het beste bij de opleiding past.

5 Deelt u de mening dat selectie aan de poort zorgt voor extra drempels voor bepaalde groepen studenten? Kunt u dit toelichten?
Ja. Uit de onderzoeken van ResearchNed en de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat eerste generatie studenten minder vaak het volgen van een numerusfixusopleiding overwegen dan studenten met hoger opgeleide ouders. Ook twijfelt tussen de 14 en 18 procent van de ondervraagde jongeren of zij door de selectie zouden komen. Deze vorm van zelfselectie is onwenselijk en vraagt om actie. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 1 aangaf vind ik het principieel van belang dat het volgen van een fixusopleiding voor iedereen die het kan een vanzelfsprekende optie is. Daarom zal ik, zoals mijn ambtsvoorganger uw Kamer heeft toegezegd6 samen met de koepelorganisaties en de studentenbonden bezien hoe de informatievoorziening bij selectieve bacheloropleidingen verder verbeterd kan worden. Daarnaast – zoals ik heb aangegeven in mijn antwoord op vraag 2 – monitor ik de effecten van selectie(procedures) en hecht ik veel waarde aan kennisdeling.

6 Bent u bereid de selectie aan de poort af te bouwen en op termijn af te schaffen, aangezien selectie aan de poort niet werkt? Zo ja, wat zijn uw volgende stappen?
Nee. Opleidingen met een belangstelling van studiekiezers die groter is dan de onderwijscapaciteit van de opleiding en waarvan het arbeidsmarktperspectief beperkt is, moeten een numerus fixus kunnen instellen. Wel zal ik, conform het Regeerakkoord, stappen zetten om er zorg voor te dragen dat het besluit om een numerus fixus te voeren wordt voorzien van een adequate onderbouwing en de mogelijkheid creëren het besluit, indien nodig, te blokkeren.
1) Trouw, 24 oktober 2017, ‘Selectie bij studie geneeskunde levert geen betere studenten dan loting’
2) Nu.nl, 24 oktober 2017, 'Selectie voor studie geneeskunde levert geen betere studenten op'

1 Schripsema, N. R. (2017), Medical student selection: Effects of different admissions processes.
2 Wouters, A. (2017), Effect of medical school selection: on the motivation of the student population and applicant pool.
3 Bijlage bij Kamerstukken 2017-2018, 31 288, nr. 593.
4
Kamerstukken 2017-2018, 31 288, nr. 593.
5 Bijlage bij Kamerstukken 2017-2018, 31 288, nr. 593.
6 Kamerstukken 2017-2018 32 288, nr. 593

Antwoord op

Het bericht dat selectie aan de poort niet leidt tot betere studieresultaten (27 Oktober 2017)
Reactietijd: 80 dagen

Indiener

Ingrid van Engelshoven (D66)


Gericht

Frank Futselaar (SP)


Access ( 1360 )

Publicatiedatum
15 januari 2018




Gerelateerd

© 2017-2022 Tweedemonitor

Contact: Info [at] tweedemonitor.nl