Antwoord op vragen van het lid Leijten over het bericht dat de belastingaanslag van Unilever steeds kleiner wordt

Publicatiedatum:
12 December 2017
2017D36653

Het betreft hier een Reactie op kamervraag,
behorend tot de commissie Financiën

Download kamerstuk
Officiele Link

Menno Snel D66
Indiener


Antwoord naar aanleiding van de schriftelijke vragen van het lid Leijten (SP) over het bericht dat de belastingaanslag van Unilever steeds kleiner wordt (vraagnummer 2017Z14683; ingezonden 3 november 2017).



Vraag 1 Kent u het bericht ‘Unilever: a multinational tax dodger classic’?1
Ja.

Vraag 2 Bent u er trots op dat Nederland vaak wordt genoemd in artikelen over multinationals die belasting ontwijken?
Nee. Ik ben ook van mening dat dit – historisch mogelijk verklaarbare – beeld niet past bij het beleid dat Nederland tegenwoordig voert in de strijd tegen internationale belastingontwijking. Het vorige kabinet voerde een duidelijke agenda gericht op de bestrijding van internationale belastingontwijking. De vorige kabinetsperiode zijn belangrijke stappen op dat terrein gezet. Zoals uit het regeerakkoord blijkt, is het huidige kabinet voornemens de strijd tegen belastingontwijking onverminderd voort te zetten en een aantal belangrijke maatregelen op dit terrein te treffen, bijvoorbeeld de implementatie van de Europese richtlijnen tegen belastingontwijking (ATAD1 en ATAD2) en de invoering van bronheffingen op rente, royalty’s en dividend op uitgaande financiële stromen naar low tax jurisdictions en in misbruiksituaties. Ik ben voornemens deze plannen komende periode nader uit te werken en uw Kamer daarover begin volgend jaar nader te informeren.

Vraag 3 Erkent u dat het doel zo min mogelijk belasting over de winst te betalen via vele legale manieren kan worden bereikt, maar dat op het gebied van leningen binnen één moederbedrijf geldt dat hiervoor normen gelden teneinde te voorkomen dat de winst op het oog kleiner is dan hij werkelijk is? Zo ja, hoe verklaart u dat de transfer pricing regels in Nederland niet voorkomen dat een Australisch dochterbedrijf van Unilever via een hele dure lening winst verschuift naar Nederland teneinde over die winst minder belasting te hoeven betalen?

Vraag 5 Bent u bereid aanvullende maatregelen te nemen die voorkomen dat via interne leningen winsten richting Nederland verschuiven die elders thuishoren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer?

Vraag 6 Kunt u aangeven in hoeverre de steeds kleiner wordende belastingaanslag in Australië - in vier jaar tijd is deze gedaald van 16,3 miljoen naar 4,8 miljoen dollar - te maken heeft met interne leningen vanuit Nederland? Komt een steeds groter deel van de winsten die zijn gegenereerd in Australië terecht in Nederland? Kunt u uw antwoord toelichten?


Antwoord op de vragen 3, 5 en 6
Ik interpreteer de vragen zo dat gevraagd wordt welke transfer pricing-regels van belang zijn bij het verstrekken van leningen tussen twee vennootschappen die tot hetzelfde concern behoren. Bij transfer pricing is het arm’s length-beginsel leidend. Dit beginsel is ook van toepassing bij leningen tussen twee concernvennootschappen. Het arm’s length-beginsel is internationaal geaccepteerd en ligt vast in OESO-richtlijnen (Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax administrations) en ligt ten grondslag aan artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Nederland heeft zich derhalve gecommitteerd aan deze richtlijnen en in het zogenoemde Verrekenprijsbesluit2 worden nadere regels en uitleg gegeven. Daarin wordt ook ingegaan op financieringstransacties binnen concernverband. De mogelijkheid om via verrekenprijzen winsten binnen concernverband te verschuiven is een belangrijk aandachtspunt geweest in het BEPS-project van de OESO. Naar aanleiding van dit project zijn de genoemde OESO-richtlijnen aangepast. Australië is ook lid van de OESO en heeft zich daarmee gecommitteerd aan bovengenoemde richtlijnen. Bovendien is in het belastingverdrag dat is gesloten tussen Nederland en Australië de toepassing van het arm’s length-beginsel expliciet vastgelegd, waarbij de eerder genoemde Guidelines van belang zijn voor de uitleg van het beginsel. De belastingdienst van Australië is verantwoordelijk voor de toepassing van de Australische belastingwet en zal haar eigen oordeel vormen over de toepassing van het arm’s length-beginsel. Indien vanuit Australië bijvoorbeeld een te hoge (onzakelijke) vergoeding zou worden betaald aan een buitenlandse vennootschap en op die wijze winst wordt verschoven, dan kan de Australische fiscus dit corrigeren. Over belastingaangelegenheden van een individuele belastingplichtige kan ik gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geen verdere mededelingen doen.

Vraag 4 Bent u van mening dat afspraken om winstverschuivingen, bijvoorbeeld via het verstrekken van leningen, tegen te gaan, waaronder het BEPS-project (base erosion and profit shifting) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Europese uitvoering hiervan, goed werken? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten? Zo nee, wat gaat u ondernemen teneinde deze afspraken te verbeteren?
De afspraken uit het BEPS-project die in EU-verband bindende vorm hebben gekregen door middel van de richtlijnen ATAD1 en ATAD2 zijn een grote stap in het voorkomen van grondslaguitholling en winstverschuivingen. Het kabinet heeft er het volste vertrouwen in dat hiermee een belangrijke en effectieve stap wordt gezet in de strijd tegen internationale belastingontwijking.

Vraag 7 Heeft Australië een verplichting voor multinationals om informatie over activiteiten en belastingdruk in de landen waarin die multinational actief is, openbaar te maken? Zo nee, kunt u dan aangeven hoe de informatie over de belastingaanslag en de hoogte van de leningen naar buiten is gekomen? Deelt u de mening dat dergelijke informatie van cruciaal belang is voor het publiek om erachter te komen of bedrijven aan agressieve belastingontwijking doen?
Ik weet niet of Australië een verplichting heeft voor multinationals om informatie over activiteiten en belastingdruk in de landen waarin die multinational actief is, openbaar te maken. Ik weet ook niet welke bronnen allemaal geraadpleegd zijn voorafgaand aan de publicatie van het genoemde artikel. Het is niet aan het kabinet om na te gaan welke bronnen journalisten gebruiken voor hun artikelen.

Vraag 8 Kunt u uitsluiten dat Australië wordt benadeeld door een ruling, die aan Unilever is afgegeven en waar de Australische fiscus niet over is geïnformeerd, hetgeen in tegenspraak is met de kritische veronderstelling die in rulings is opgenomen over het informeren van de fiscus in het andere land? Zo nee, waarom niet?
Over belastingaangelegenheden van een individuele belastingplichtige kan ik gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geen mededelingen doen. In zijn algemeenheid geldt dat een ruling met de Nederlandse Belastingdienst zekerheid vooraf geeft over de uitwerking van de Nederlandse wet, het beleid en de regelgeving in een specifiek aan de Belastingdienst voorgelegd feitencomplex. Er wordt dus zekerheid vooraf gegeven over de toepassing van de Nederlandse wet. Indien het een ruling betreft met een internationaal karakter wordt informatie over deze ruling uitgewisseld met de buitenlandse belastingdienst in OESO- of in EU-verband. Ook de Nederlandse Belastingdienst ontvangt informatie over eventuele rulings die buitenlandse belastingdiensten hebben afgegeven. Hierdoor verbetert de informatiepositie van de Nederlandse en buitenlandse belastingdiensten en zijn landen beter in staat om te heffen waar zij op basis van hun nationale wet- en regelgeving recht op hebben.

Vraag 9 Heeft Unilever – in het kader van de verplichte ‘country by country-reporting’ - een landenrapport opgesteld en dit aan de Nederlandse Belastingdienst gestuurd? Zo ja, heeft de Belastingdienst dit gedeeld met andere jurisdicties waaronder Australië?3 Zo nee, waarom niet?
Op grond van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geldt dat ik niet in kan gaan op de situatie van individuele belastingplichtigen. In zijn algemeenheid geldt dat op basis van de aanvullende documentatieverplichtingen over verrekenprijzen een multinational met € 750 miljoen of meer geconsolideerde groepsomzet een landenrapport dient te verstrekken. In dit landenrapport wordt informatie opgenomen over de activiteiten van deze multinational in de diverse landen waar hij actief is en kwantitatieve data over onder andere de omzet, winst, werknemers, materiële activa en betaalde belasting op geaggregeerd niveau per land. Indien het landenrapport wordt ingediend bij de Nederlandse Belastingdienst zal de Nederlandse Belastingdienst dat vervolgens delen met de landen waar de multinational activiteiten door middel van een groepsvennootschap of vaste inrichting uitoefent, ook met Australië. De Australische belastingdienst kan deze informatie gebruiken bij de toepassing van de eigen nationale belastingwet.

Vraag 10 Wat is uw oordeel over het volgende citaat in het financial statement van KPMG: “The financial statements do not comply with International Financial Reporting Standards (IFRS) adopted by the International Accounting Standards Board (IASB) as in the opinion of directors the company is not a reporting entity as there are no users dependent on general purpose financial reports”? Kunt u aangeven waarom niet wordt voldaan aan de IFRS-standaarden?
Een onderneming die zijn uitgegeven effecten, zoals aandelen of obligaties, heeft genoteerd op een in de EU gereglementeerde markt is op grond van de IAS Verordening verplicht om IFRS toe te passen op zijn geconsolideerde jaarrekening. Het gaat hier echter om een dochteronderneming van Unilever die is gevestigd in Australië. Deze onderneming heeft geen effecten genoteerd op Europese beurzen en is op grond van de IAS Verordening daarom niet verplicht om IFRS toe te passen. Australië kent eigen wetgeving wanneer de toepassing van IFRS verplicht is. Uit het citaat is af te leiden dat deze onderneming naar haar eigen oordeel op grond van de wetgeving in Australië eveneens niet verplicht wordt om IFRS toe te passen.

Vraag 11 Wat vindt u van de rol die KPMG speelt bij het belastingontwijkend gedrag van Unilever? Kunt u uw antwoord toelichten?


Vraag 12 Valt het u ook op dat KPMG erg vaak betrokken is bij belastingadvies dat leidt tot winstverschuiving of –versmalling en daarmee tot belastingontwijking? Zo ja, wat vindt u daarvan? Zo nee, kunt u dat toelichten?


Antwoord op de vragen 11 en 12
Het is niet aan mij om een oordeel te vellen over de bedrijfsvoering van belastingadvieskantoren zolang zij handelen in overeenstemming met bestaande wet- en regelgeving en jurisprudentie. Dat is primair een zaak tussen belastingadvieskantoor en cliënt. Wel ben ik over de gehele linie aanspreekbaar op het Nederlandse fiscale beleid. Meer in het algemeen kan ik met betrekking tot de rol van belastingadviseurs zeggen dat in EU-verband het richtlijnvoorstel voor mandatory disclosure voor financiële tussenpersonen wordt besproken4 . Dit voorstel houdt in dat de tussenpersoon of belastingplichtige (als terugvaloptie) ter zake van grensoverschrijdende, mogelijk agressieve, belastingstructuren verplicht worden om tot informatieverstrekking aan de belastingdienst over te gaan. De financiële tussenpersoon (bijv. belastingadviseurs, advocaten, notarissen en trustkantoren) verstrekt de informatie aan de belastingdienst van het land waarin de belastingplichtige is gevestigd. De belastingdienst verstuurt vervolgens de informatie naar een door de Europese Commissie beheerde centrale database waar de belastingdiensten van alle lidstaten toegang tot hebben. Nederland steunt het doel van mandatory disclosure waarbij relevante informatie op een kostenefficiënte wijze vergaard en uitgewisseld wordt.
1 https://www.michaelwest.com.au/unilever-a-multinational-tax-dodger-classic/
2 Besluit van 14 november 2013, nr. IFZ2013/184M, Stcrt. 2013, 32854.
3 Een landenrapport wordt opgesteld als een multinationale onderneming een omzet heeft van meer dan 750 miljoen en opereert in meerdere landen. Het landenrapport bevat informatie over: de winsten die in de verschillende belastingjurisdicties zijn behaald, de omzet van gelieerde en niet-gelieerde transacties, betaalde en latente belastingen, het aantal medewerkers, de waarde van de vaste activa, een beschrijving van de lokale activiteiten. https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/internationaal/vermogen/cou ntry_by_country_reporting/
4 BNC-fiche bij dit voorstel: Kamerstukken II 2016/17, 22 112, nr. 2383.

contact: info@tweedemonitor.nl of @tweedemonitor
Wijzig cookie instellingen